Bijlmermens ’70 / ’80

Tot midden ’80 was de Bijlmer een levendig gebeuren. Bijna alles mocht en kon en velen gingen de ‘straat ‘ op om hun ding te doen: een kunstwerk fabriceren, een Blij met de Bijlmer festival organiseren, ijs en vlees verkopen, carnaval vieren, een indianendorp voor kinderen bouwen. Er waren ook voorzieningen, die inmiddels allang verleden tijd zijn: de Lokale Omroep Bijlmermeer (LOB), Mi Oso es Mi Kas (Surinaamse meidenclub), Filmhuis Bijlmermeer. Een club en een festival bleven: Surinaamse Vrouwen Bijlmermeer (SVB) en Kwakoe. Onderstaande foto’s geven een volledig onvolwaardig overzicht, maar wel een beeld van die tijd.

Ganzenhoef-publiek-2

44862_137334609784265_569557058_nde-meidenclub-van-Elfriede-Sinester-2

inzegening-colakreek-bij-onthulling-Moeder-Aarde-2

Tweety,-1ste-koffieshop-Bijlmer,-bij-Ganzenhoefcarnaval-bij-Kleiburg,-begin-'70Hans-Wiegel-in-de-Lob-studio-2

midden-'70-2

actie-voor-autovrij-maaiveld-2

bb foro 2

winkelcentrum-ganzenhoef--2bijlner-filmhuis

ijspret in de G-buurt

familie-10surinamers-2

peter brinkmannsurinaamse-vrouwen-bijlmer-2open-bak-in-Gravestein

bb foto6

balkon-Gliphoeve-2

10 thoughts on “Bijlmermens ’70 / ’80

  1. Mick's avatar Mick schreef:

    13-08-2014 mooie ingezonden foto van Bijlmerkids in de jaren ’70 en stukje in Parool

  2. Sebastian's avatar Sebastian schreef:

    Ik mis de bijlmer van toen…(jaren 70’80) nog iedere dag. al deze foto’s op deze site geeft me nog steeds het gevoel dat ik daar gewoon thuis hoorde. Ik denk daar vaak aan terug.

  3. Sebastian's avatar Sebastian schreef:

    Mijn betekenis over de Bijlmermeer zoals ik het me herhinder: Flats, Spannend, Mysterieus, Grauw, Spookachtig gevoel in de binnenstraten, Fietsen, Veel Lol, Gezelligheid, Verschillende Nationaliteiten waar ik ook iets positief van heb geleerd, Ondanks dat de Bijlmermeer ook negatief in het nieuws kwam, heb ik er ook een mooie herhindering aan. Het verveelde me niet. Jammer dat de gemeente een totaal verkeerd beleid voerde, nu blijft het toenmalige Bijlmermeer alleen nog in mijn gedachten bestaan, en ook op de hier geplaatste foto’s.

  4. bokkenrijder's avatar bokkenrijder schreef:

    Wat een GEWELDIGE website is dit!! Ik heb me urenlang vermaakt. Sebastian beschrijft ook min of meer mijn jeugdsentiment.

    Ik kan me ook nog herinneren dat jeugdwerkers in de zomerdagen langs de flats reden met hun Ouke Baas busje, vol met hoepels, skippyballen, stelten etc, en daar kwamen we massaal op af om lekker te spelen op de maaivelden (in mijn geval in de K-buurt, Kempering).

    Vooral ’s zomers voelde het inderdaad vaak alsof er altijd wel iets te doen was tijdens mijn omzwervingen door de wijken. Mooie tijden.

  5. Albert van de Sap's avatar Albert van de Sap schreef:

    De oude Bijlmer? Nooit gewoond. Wel vaak geweest omdat mijn Ghanese vriendin er woonde en wel in Klieverink.
    Als je met de auto in de parkeergarage arriveerde waande je je al in een andere wereld door het komen en gaan bij de ingang van de loopbrug naar de binnenstraat van Afrikaanse vrouwen die elkaar allemaal leken te kennen en op flink volume converseerden vanwege de om onduidelijke reden genomen meters tussenruimte. Hun praten en lachen deed de grafkelderachtige sfeer teniet en hun veelkleurige kleding stak fel af tegen het grauwe beton.
    De penetrante urinelucht voor lief nemend bracht de lift je naar de gewenste verdieping, als deze tenminste niet werd vastgehouden omdat er net iets of iemand verhuisd moest worden.
    Had je de pislucht doorstaan, dan wachtte je vaak een nog sterkere variant als je de lift uitstapte. Tenzij je arriveerde op de verdieping waar mijn vriendin haar woning als restaurant benutte. Ze wilde niet dat haar gasten de eetlust werd ontnomen en meerdere malen per dag werd met behulp van een mop met sop de omgeving van de lift ontdaan van dit Bijlmerparfum.
    Wandelend over de galerij op een warme zomeravond stonden er, alle criminaliteitscijfers negerend, verrassend veel voordeuren uitnodigend open en ook de gasten van het restaurant konden ongehinderd in- en uitlopen. In de keuken waren de gaspitten continu bezet met pannen met dampende rijst, vlees, vis en andere zaken. In de woonkamer was het onveranderlijk druk en deed iedereen zich te goed aan de vele exotische gerechten. Als iemand met de fiets arriveerde baande hij zich met rijwiel en al een weg door de woonkamer om dit vervoermiddel vervolgens op het balcon een plaatsje te geven tussen de reeds aanwezige wagentjes waarop de naam van een supermarkt of die van de nationale luchthaven prijkte. Na de maaltijd is het goed blowen en ook in die behoefte kon worden voorzien en lest but not least werd bij dit alles de Belastingdienst de controle van aangiftes bespaard. Kortom, het was goed toeven en ondernemen in de Bijlmer van weleer. Kom daar vandaag eens om.

    • Rob Alberts's avatar Rob Alberts schreef:

      Misschien wordt het tijd voor ern hernieuwde kennismaking?

      Zonnige groet,

      • Albert van de Sap's avatar Albert van de Sap schreef:

        Beste Rob, geloof het of niet, maar zeer regelmatig breng in een bezoek aan de Bijlmer. Gisteren (zondag) nog en ik kan het dan niet nalaten nog even een rondje door deze bijzondere wijk te rijden. En in alle objectiviteit: er is zeker sprake van flinke verbeteringen. Tegelijkertijd mis ik echter situaties zoals ik hierboven beschreef. Om een of andere geheimzinnige reden schijnt te enige methode om (kleine) criminaliteit voldoende tegen te gaan een wijk te creëren met een soort wurgende keurigheid en dan mis je die milde chaos van weleer toch wel een beetje.

  6. Mick Papenburg's avatar Mick Papenburg schreef:

    Zo herkenbaar! In 1970 geboren en opgegroeid in de Bijlmer. De eerste Surinamers kwamen. Zat in de klas (Bijlmermeer school) met jongens en meiden van 14 tot 16 jaar. Hadden nog nooit sneeuw gezien. Struinen van Huigenbos tot Gliphoeve zonder ook maar een auto tegen te komen. Het onstaan van Kwakoe meegemaakt. Voetballen zwart tegen wit. Geen racisme of uitsluiting, gewoon lol zonder gezeik. We waren allemaal hetzelfde. Bloedworst en schaafijs. Geen cent te makken, opgevoed door moeders, tantes en zusters. Ik sprak binnen de kortste keren Papiaments.
    De Vliegende Brigade kwam om kinderen in de zomervakantie te vermaken.
    Denk nog vaak terug aan die tijd. Thuis een hel en buiten vrij… net als al mijn Surinaamse vriendjes.

    • Didier's avatar Didier schreef:

      Beste Mick en mede-geïnteresseerden; graag zou ik jullie de volgende documentaire willen aanraden: Ergens ben ik nergens – Dagelijks leven in de Amsterdamse Bijlmermeer (VPRO 30-4-1989) https://www.youtube.com/watch?v=S4ncfUYpPgA

      Bij toeval vond ik deze documentaire op het internet. Zelf heb ik de originele Bijlmer nooit echt bewust meegemaakt. Ik was simpelweg té jong (1985) en woonde in een andere provincie. Ik kwam er pas achter dat de Bijlmer er ooit anders uitzag; door een opmerking dat >60% van de originele Bijlmer al was gesloopt. Dit maakte mij erg nieuwsgierig naar wat “de Bijlmer” nou eigenlijk precies was qua architectuur. Als “outsider” was ik alleen maar bekend met de Bijlmer haar afgezaagde clichés. Naast dat was ik qua architectuur alleen maar bekend met de Bijlmer van ná 2004. De periode waarin (heimelijk) veel van de oude architectuur werd gesloopt. Dat de bouwvallige gebouwen ooit deel uitmaakten van een groter stedenbouwkundig geheel, ging destijds geheel aan mijn aandacht voorbij(!). Anno 2023 gingen mijn ogen echter open (mede dankzij deze site). De originele Nassuth Bijlmer zag er qua architectuur radicaal anders uit; én het Nederlands Instituut voor Beeld & Geluid heeft nog veel meer beeldmateriaal liggen van de originele Bijlmer haar architectuur.

      De documentaire
      “Ergens ben ik nergens” speelt zich af in 1989. In dat jaar worden diverse mensen aan het woord gelaten die iets vertellen over hun dagelijkse leven in de originele Bijlmer. Wat hierin opvalt; is dat de Bijlmer eigenlijk helemaal niet veel verschilt van andere wijken in Nederland, als men kijkt naar de inzet en de wijkbetrokkenheid van de actieve bewoners. Door de grootte van de originele Bijlmer had je daadwerklijk “verticale dorpen”. Naast enkele mooie monologen heeft de regisseur van “Ergens ben ik nergens”; met zeer veel zorg, zeer mooie shots weten op te nemen van de originele Bijlmer haar architectuur. Wat hierbij opvalt; is hoe grootschalig de originele Bijlmer was in haar opzet. Gigantische parkeergarages, grote parken, gigantische flats, meerbaans verhoogde dreven en last but not least; veel semi-publieke ruimtes (garages, binnenstraten, portieken & galerijen). Door de Bijlmer haar unieke bouw, waan je jezelf in een grote miljoenenstad, buiten Nederland. In de documentaire viel hierbij wél het volgende op: in de eerste scenes laat de documentaire zien dat met name de semi-publieke ruimtes, ernstig werden vervuild. Enerzijds viel deze vervuiling een deel van de bewoners te verwijten. Anderzijds is dergelijke vervuiling, inherent aan onoverzichtelijke ruimtes die toegangkelijk zijn voor een (te) groot, (te) anoniem publiek. Dés te meer, omdat veel van de originele Bijlmerflats hun binnenstraten, portieken & galerijen, relatief makkelijk bereikbaar waren voor ongenodigd bezoek van buitenaf. Het gevolg hiervan was te zien in de openingsscenes; én twee scenes waarin verslaafden aan het woord komen. Zij wisten namelijk enerzijds gemakkelijk de flats in te komen; terwijl zij zich daar anderzijds klaarblijkelijk erg op hun gemak voelden. Bij nieuwbouw of renovatie bouwt men tegenwoordig niet meer zo. Vanuit een veiligheidsoogpunt zijn flats tegenwoordig dan ook een besloten objecten waar ongegadigden NIET binnenkomen. Normaliter wordt dit deurbeleid al vanaf de portiek gehandhaafd. Oók vandaag de dag vereisen (semi-)publieke ruimtes immers ongebruikelijk veel toezicht en onderhoud. Kijk voor de grap maar eens hoeveel (politie)toezicht, technisch onderhoud, en schoonmaak Amsterdam Centraal alleen al vereist(!).
      (Als ander goed voorbeeld kan ik de relatief nieuwe parkeergarage onder het Oosterdokseiland noemen. Deze parkeergarage gaat (net als elke andere grote parkeergarage in een grote stad) gezucht onder eenzelfde golf van overlast door zwerfvuil, vandalisme, vervuiling, daklozen én autodieven. Uit werkervaring kan ik hierover gehele boekdelen schrijven. Ik vermoed daardoor dat dergelijke overlast simpelweg inherent is aan openbaar toegankelijke ruimtes zonder “straattoezicht”. Sommige kwetsbaarheden lijken dus inherent te zijn aan grootschalige architectuur zonder proactief toezicht.)

      Alhoewel “Ergens ben ik nergens” de Bijlmer haar clichés van misdaad, vervuiling, en vandalisme erkent; heeft de regisseur mijns inziens een heel mooi en evenwichtig beeld van de originele Bijlmer weten te scheppen. De regisseur is bijvoorbeeld niet uitvoerig ingegaan op zaken als overvallen, woninginbraken, vervuiling door zwervers en junks in de complexen, én het grote verloop van bewoners. Integendeel toonde de regisseur in tegenstelling tot veel media ook belangstelling voor wat mooi was aan de originele Bijlmer. Zo waren de sociale werkers en de Bijlmer haar normale bewoners simpelweg geweldig! Ondanks het sociale stigma op de Bijlmer en de ineffective steun van bovenaf; tonen zij namelijk erg veel geduld, initiatief, en een nuchtere denkwijze voor het oplossen van praktische problemen (voorbeelden: vrijwiligerswerk voor tuinbouw, correcte vuilafvoer, taalles, sport & recreatie). Ondanks de vele kinderziektes in de Bijlmer haar ontwerp en uitvoering roeiden de actieve bewoners dus met die riemen die men had. Naast dat komen de mooie kant van de originele Bijlmer haar natuur en cultuur ook uitvoerig in beeld. Alleen al de gigantische ruimte onder de dreven, de gigantische parken, de vogeltjeswei, en de vele kunstwerken maakten de originele Bijlmer qua cultuur, natuur, en architectuur uniek. Voor wat betreft de originele Bijlmer haar vele kunstwerken heb ik er in de documentaire zéker drie kunnen herkennen (Zeemermin, Mama Aisa, en de rode palen van “Ruimtelijke Structuur)”. Ook het einde van de documentaire was opmerkelijk. Net als op de werkvloer; heerste er in de originele Bijlmer ook een “doorstromerssentiment”/”duiventil effect”. Gezien de toenmalige problemen én de negatieve berichtgeving omtrent de Bijlmer; was dit sentiment enerzijds begrijpelijk en anderzijds opmerkelijk. Geliefde woonwijken worden door actieve bewoners immers verdedigd met VUUR. Desondanks wilde vele “passanten” volgens de Bijlmerversie van het doorstromerssentiment, waar mogelijk, niet tot op hoge leeftijd blijven wonen in de Bijlmer. Ditzelfde sentiment hoor ik vaker terug bij eerste generatie immigranten (“als ik oud ben; dan wil ik het liefst terug naar …. “). Als bitterzoete afsluiting van de documentaire was er tenslotte ook nog het feit; dat enkele goedbedoelde ideeën omtrent de Bijlmer, uiteindelijk wél zijn uitgevoerd (laatste scene). Bitter was hierbij echter wél dat deze plannen pas werden uitgevoerd ten tijde van de Bijlmer haar grootschalige sloop. Voor zover ik heb kunnen achterhalen hoorde deze sloop NIET tot de bewoners hun eigen, goedbedoelde ideeën. Integendeel.

      Enerzijds heb ik begrepen dat sommige flats en delen van de Bijlmer rond de jaren ’90, verloederd en onveilig waren geworden. Anderzijds bleken andere delen wél met zorg te worden bewoond en onderhouden. Puur technisch gezien kan ik daarom maar geen touw vastknopen, aan de grootschalige sloop van de originele Bijlmer. De verhoogde dreven die men met veel moeite in de Bijlmer heeft verlaagd zie ik, tot op de dag van vandaag namelijk ongewijzigd terug in Diemen, Holendrecht, én Gein. Zélfs in de Bijlmer zélf is men niet consistent geweest in het behouden of verlagen van dreven. In het geval van knooppunt Ganzenhoef was de rigoureuze aanpak wel te begrijpen. Als ik de literatuur en oude beelden mag geloven was het betonnen doolhof van metrostation, garage, dreef én winkelcentrum qua onveiligheid en drugsoverlast, simpelweg téveel van het goede.

      De gedachtengang achter de grootschalige verg(r)uising van de grote honingraatflats kan ik echter nog steeds niet geheel volgen. Puur technisch gezien zouden de complexen als gerenoveerd vastgoed in de koopsector (OOK in de Bijlmer) na verloop van tijd, veel waard kunnen zijn. Grote galerijflats staan immers in praktisch elke grotere gemeente in Nederland en bijvoorbeeld OOK in Nellestein en de H-buurt. Opmerkelijk hierbij is dat veel van de “gevreesde” parkeergarages intact zijn gebleven bij galerijflats in Duivendrecht, Nellestein, én zelfs de H-buurt. In vergelijking met de duizelingwekkende hoogte en breedte van de Mozartflat, de Bachflat, en de Hoffmannflat in Tilburg; zou je veel Bijlmerflats qua omvang bescheiden kunnen noemen. Met het behoud van de ooit zo ruige Jordaan, de Pijp, en de Zeedijk zou je daarom haast zeggen dat renovatie en “gentrification”, prijstechnisch, maatschappelijk, en historisch, veel minder ingrijpend zouden zijn geweest dan massale sloop en kleinschalige nieuwbouw. Het behoud van Kleiburg heeft dit nota bene bewezen…..

      Mijn mening is enigszins gekleurd omdat ik nooit heb moeten wonen in onveiligheid of verloederde flats. Ook vandalisme, graffiti, misdaad, en nare “parkeergarage aroma’s” zijn mij bespaard gebleven. Omdat ik deze kant van het verhaal zelf niet heb moeten ondergaan; ben ik daarom erg nieuwsgierig naar de “insiders” hun kant van het verhaal. Wat is jullie uiteindelijk oordeel over de grondige sloop van de originele Bijlmer?

Plaats een reactie