Wereldplan voor K-buurt

In het hart van de Bijlmer, een wijk met een rijke geschiedenis en een ongekend potentieel, is een krachtig initiatief geboren: Beyond BIMS! … Het is een visie. Een beweging. Een oproep tot actie om de K-buurt en de G-buurt en haar bewoners een toekomst te bieden die verder reikt dan de grenzen van hun huidige realiteit.”

Beyond Bims is een plan dat in de herfst van 2025 naar buiten werd gebracht en het karakter van de GK-buurt, ook bekend als het Bijlmer Museum, geheel zal veranderen, met name in het K-gedeelte, Het plan sluit aan op de komst van de OBA Next, de reusachtige bibliotheek die de bewoners van Zuidoost vooruit moet helpen, te beginnen in de K-buurt.

Het plan bracht Robert Geerlings in actie, ooit woonachtig in de Bijlmer, later bedrijfs advocaat in de USA en weer terug in Nederland als advocaat, hulp van rijke voetballers en als investeerder. Hij bedacht dat de buurt meer nodig had dan een grote bieb en voila daar was de Beyond Bims, inclusief een zevental mensen die zijn plannen ondersteunde: samen met hem de kopgroep.

Dit zijn de zeven naast Geerlings: Marjan Offers (expert sport en recht), Eric van der Burg (2de kamerlid voor de VVD, Humberto Tan (presentator), Worthy de Jong (basketballer), Astrid Ubbergen (advocaat), Annemieke Roobeek (hoogleraar management) en Chris Zwiers (architect). Van der Burg, Tan, Ubbergen en De Jong woonden lang geleden in de Bijlmer.

We hebben geen idee waarom Geerlings zich opeens met de Bijlmer gaat bemoeien, maar hij doet het. En ongetwijfeld zal het ook om geld gaan. Hij constateert in ieder geval dat de Bijlmer nog altijd kampt met teveel armoede en criminaliteit en dat het stadsdeel tot heden zijn bewoners te weinig biedt om zichzelf te ontwikkelen. Er moet in de K-buurt meer komen dan een grote bieb, die met name jongeren op allerlei manieren vooruit moet helpen en die tot de komst van de grote bieb in 2030 al terecht kunnen in de kleine bieb die naast het buurthuis werd opgetrokken. Jongeren tussen 12 en 18 krijgen er bijvoorbeeld les over music production, filmmaken, animatie, programmeren, robotica, 3-D modelleren, tekenen of game design. De OBA moet een vliegwiel worden voor jongeren om zichzelf te ontwikkelen.

In het plan van Geerlings – ofwel Beyond Bims – wordt de grote bieb onderdeel van een grootschalig leerpark met een grote rol voor de kunst. Geerlings brengt nog op te richten instituten in als ‘Nationaal Instituut voor Jonge Kunstenaars’ uit heel de wereld, te vergelijken met Guggenheim; het Talenthuis (Home of Talent); een schouwburg gemodelleerd naar het Apollotheater in New York; een open lucht festivalterrein met een theater en bijvoorbeeld ook nog een enorme kunstgalerij. Die galerij is geprojecteerd op en onder de hoge metrobaan met zijn dubbelspoor. Het spoor krijgt een gewelfd glazen dak en er komen glazen wanden tussen de dragers van de metrobanen, zodat er een enorme, transparante kunstgalerij ontstaat. Verdere wensen zijn een basketbal-hal en een lange doorlopende boulevard naast de metrobaan, van metrostation Kraaiennest naar Ganzenhoef, waar je kan flaneren, een hapje kan eten, wat te drinken enz. Geerlings veronderstelt dat zijn ideeën vele toeristen gaan trekken en noemt het ook nog essentieel dat zijn plan via speciale huisvesting duizenden studenten binnen haalt, die samen met jonge kunstenaars moeten helpen mens en gebied tot volle ontwikkeling te brengen.

Tot dit moment lijken de plannen van Geerlings slechts ondersteund te worden door de Nederlandse commissie van UNESCO, onderdeel van de United Nations, maar wat dat betekent: geen idee.. De bijdrage van kopgroep – Humberto Tan etc – is vooralsnog een opgezwollen, ronkende lultekst over de kwaliteit van de betreffende dames en heren. Van de opgevoerde subgroep worden de heren en dames alleen bedacht met een foto plus naam. Geen verhaal over wat hun functie in het plan is en waarom ze het blijkbaar ondersteunen. Drie van hen zijn evenwel van groot belang om het plan er door te krijgen: Ellen Nieuwboer, Paco Bunnik en Martin Berendse. Ellen en Paco zijn als ambtenaar verantwoordelijk voor de uit- en verbouw van de stad Amsterdam, bijvoorbeeld op Amstel 111, en Martin is baas van de OBA Amsterdam en dus ook van OBA Next in de K-buurt.

En er zijn natuurlijk meer vraagtekens: wie gaat bijvoorbeeld de nieuwe instituten oprichten, die Geerlings zich wenst en gaan de metrobazen akkoord met een glazen omhulsel van het spoortraject, dat regelmatig schoon gemaakt moet worden en bovendien velerlei loop- en fietspaden in het GK-gebied buitenspel gaat zetten. En dan moeten we het ook nog hebben over de verdwijning van tennisvelden, andere sportveldjes en de grote speeltuin. Tel daarbij op de overlast door muziekoptredens, waarvan het geluid snoeihard de omringende flats kan binnen dringen; en de Kleiburg appartementen op de begane grond met een tuintje aan de metrozijde. tuintjes aan de metrokant waar het niet langer goed toeven wordt. Het zal ook de waarde van een appartement in Kleiburg geen goed doen en het gebouw kent geen huurwoningen.

Er is bovendien nog een groot obstakel: de gemeentelijke verordening dat het GK-gebied cq Bijlmer Museum een beschermd stadsgezicht is ofwel: aan het gebied zoals het nu is mag nauwelijks iets veranderd worden. Nieuwbouw mag alleen plaats vinden tussen Karspeldreef en de koppen van de flatgebouwen.

Het DNA van Amstel 111

Hoe kan je een wijk, die in opbouw is, de DNA van een nabij gelegen woongebied geven? En waarom wil je dat. De wijk is in dit geval Amstel 111, gelegen ten westen van de Bijlmer en daarvan gescheiden door een spoorweg, tussen het Ajax stadion en de A9. Het is vanouds een kantorengebied, dat nu deels gesloopt wordt en bedrijven dus plaats maken voor superhoge woontorens, die zo’n 15.000 woningen moeten herbergen. En dat is het tegenovergestelde van de CIAM-doctrine, waarop de oude Bijlmer was gegrondvest: zo min mogelijk menging van functies ofwel houdt werk en wonen strikt gescheiden. Die doctrine ontstond toen veel arbeid veel vuiligheid opleverde, bijvoorbeeld in de arme stadswijken.

Het idee om het nieuwe Amstel 111 ofwel Bijlmer West (voorkeur Bijlmer adepten) met het DNA van het beroemde woongebied te injecteren, komt o.a. van een drietal Bijlmer kunstinstellingen: het CBK, het BijlmerParkTheater en Imagine IC. Meer gespecificeerd, zo vertelt Annet Zondervan, directeur van het CBK: onder dat DNA verstaan we de cultuur cq levenswijze van de Afro-Surinaamse cq Caribische gemeenschap. Gevolg: de drie instellingen organiseerden onder de naam Shebang een aantal door ‘zwarte’ kunstenaars vorm gegeven projecten in een binnenkort te slopen gebouw. Projecten die vooral goed vallen in de eigen kring.

Ik heb geen idee of die gezegende en nogal exclusieve vertoningen enig bepalende DNA heeft voort gebracht. Ze geven echter wel aan, dat onze ‘kunstpausen’ een belangrijke rol willen spelen bij de vormgeving en beleving van het gebied. Het moet er naar de Bijlmer ruiken. En dat riekt weer naar koloniaal gedrag. Waarom zou Bijlmer West niet een geheel afwijkend woongebied mogen zijn, dat zonodig lekker tegen die Bijlmer aanketst en door Surinamers liefkozend Bims, Bimre of Smib wordt genoemd.

In Zuidoost ofwel de Bijlmer wonen momenteel zo’n 20-25.000 mensen van Surinaamse afkomst, de gehele bevolking is zo’n 90-100.000 mensen groot, en via o.a. Amstel 111 moet dat uitgroeien tot zo’n 150.000. Naast de Surinamers wonen er 20-25.000 Afrikanen en 20.000 Hollanders. Het restant zijn: Puerto Ricanen, Dominicanen, Antillianen, Turken, Marokkanen, Zuid-Amerikanen, Pakistanen, Polen, Chilenen, Iranërs etc. Vele van hen kwamen als vluchteling en vonden in de Bijlmer hun plek omdat daar leegstand was, zoals vooreerst ook gold voor het gros van de mensen die naar de Bijlmer trokken, incluis grote aantallen homosexuelen en Surinamers.

De groep die inmiddels het machtigst is en de meeste aandacht, hulp en ondersteuning krijgt, zijn ongetwijfeld de Surinamers. Het uit zich in het Stadsdeel-bestuur waar vanaf 2002 Surinaamse voorzitters de scepter zwaaien; in de programmering van de kunstinstellingen; en bijvoorbeeld het gebruik van allerlei buurthuizen. Een andere teken zijn de buurtnamen en monumenten, die voor Surinaamse mensen worden bedacht, zoals het Anton de Kombeeld (zowel als beeld en als mural); het bloemenbeeld en bankje voor welzijnswerkster Hillie Axwijk; een Bijlmer buurtje met straatnamen voor geachte Surinaamse personen; het buurtje Vogeltjeswei, vernoemd naar een Surinaams gokspel met vogels: en bijvoorbeeld een mural voor feest organisator Roy Ristie, naar wie ook een park werd genoemd. Dat werd Brasapark naar de hartenkreet van Roy: brasa, betekenis: ik omhels u. En dan is er nog het Mandelapark met het Mandelamonument, hier naartoe gehaald vanwege de zwarte connectie.

Je zou kunnen zeggen, dat wij in Zuidoost ontzettend ons best hebben gedaan en doen om met name de Afro-Surinaamse gemeenschap eens goed te verwennen.

Ik heb echter geen idee in hoeverre de Bims cq Bimre of Smib (omkering Bims) werkelijk geïnjecteerd is met de cultuur van de Afro-Surinaamse gemeenschap, laat staan de Caribische en bijvoorbeeld de Ghanese. Ik weet wel dat er meer banden zijn tussen de Afro-Surinaamse gemeenschap en de originele Nederlanders, allebei zo’n 20% van de bevolking, dan tussen de Afro-Surinamers en Afrikanen, We zijn nog altijd vooral een etnisch en nationalistisch eilandenrijk.

Dus wat is ons zuidooster DNA, wat bindt ons en wat stralen we uit? En als er al een zwaarwegend Bijlmer DNA is wat en hoe kan je dat overbrengen naar een nieuwe leefwereld op Amstel 111 en aan welke voorwaarden moet straks die nieuwe woonwijk voldoen om ‘ons’ DNA te kunnen absorberen.

Ik denk dat ons DNA vooral zit in de wortels van de originele Bijlmer Hoogbouw, de stad die ooit de Stad van de Toekomst werd genoemd en door zijn bedenkers – stedenbouwers in gemeentelijke dienst- ontwikkeld werd met de CIAM-principes: een stad zonder onderscheid, met gelijke woningen voor eenieder in overdadig groen en lucht, ruimte dus, die ooit zonder veel problemen al die diverse wereldburgers absorbeerde en de vrijheid gaf. Een stad die door leegstand mede uitgroeide tot een wonderbaarlijke migrantenstad zonder veel geruzie. ‘Bijlmer 3de wereldstad’ bedacht ik ooit, en daaraan kleefde ook de uitbuiting van landgenoten en vreemden, die het moesten doen met een kamer, een bed of stoel. En veel bewoners vertrokken snel, terwijl later in onze geschiedenis de Afrikaanse Pinkstergemeenten een grote vlucht namen, hoewel er in den beginne niet veel meer was dan een kerkje onder een betonnen garage.

Ons DNA zit in die ontwikkeling, maar er is heel veel gesloopt, de ruimtes worden kleiner, de rijtjes woningen groter in aantal en Amstel 111 wordt een geheel eigen woongebied met bijna uitsluitend appartementen torens. Voor zover is na te gaan zijn er tot heden 3717 woningen voltooid of in aanbouw: 915 sociale huurwoningen (25%), 1.820 middelhuur (49%) en 982 koop (26%). ingebed tussen kolossen van bedrijven. Daar bovenop komen nog de 1.600 kleine 1-persoons huur-appartementen van Our Domain tegenover het AMC. Nog 9.683 woningen te gaan, maar zeker weten is helaas niet te zeggen.

De leegstand en de ruimte van de oude Bijlmer – groen en grootte woning – zijn voorbij. En dat brengt in Amstel 111 een eigen DNA. Een nieuwe stad van de Toekomst, zo juichen de nieuwe stedenbouwers.

Gliphoeve, fase 4

De Bijlmer kan je op velerlei manieren omschrijven, bijvoorbeeld als De Verguisde Stad, de Stad van Aankomst, een internationaal georiënteerde favella, een drugshol, een rovershol, stapelaar van armoe ofwel de meest beruchte stad van Nederland, het grootste echec in stedenbouw.

Je kan het ook benoemen als een fantastisch mastodont met een overweldigende monumentaliteit, rigide eenvormigheid en een rücksichtslos doorgevoerd socialisme: iedereen gelijk in de grootste woningen op het gebied van sociale huisvesting, omgeven door villaparken. En tot in de jaren ‘90 was het een huiselijk territorium, een speelse stad voor bijna eenieder die er gedwongen door woningnood naartoe verhuisde, naar een stad zonder verleden en opgelegde normen. Het werd een stad van brave burgers, homoseksuelen, studenten, kunstenaars, jonge stellen, gekken, gescheiden mannen of vrouwen en migranten uit heel de wereld. En ze vonden elkaar, in een wereldstad zonder spruitjes lucht.

Maar het ging ook mis. Anno heden is ruim 60% van de Bijlmer hoogbouw gesloopt, verdwenen vele hoge wegen en bijna alle garages. We werden omgebouwd tot een gewone stad, met veel eengezins, veel koop en de auto voor het keukenraam. We moeten normaal worden: minder armoe, hogere schoolcijfers, minder ongeletterdheid, meer veiligheid.

Het werd een grote tegenvaller, te beginnen met het verhaal van Wouter Pocornie – architect, stedenbouwkundige, wetenschapper en Bijlmer-inwoner. Hij nam de geschiedenis van Gliphoeve, (sinds ‘84 bekend als Geldershoofd en Gravestein) bij de hand om ons te vertellen, dat het cirkelvormige flatgebouw – ooit het meest besproken onderdeel van de verfoeide Bijlmer – inmiddels in zijn 4de fase was beland: oplevering begin ‘70, drastische verbouw in 1984, verbouw rond ‘90 en later, en dus straks wederom in de steigers. Hij vermeldde ook dat Surinamers in de jaren ‘70 zo’n 80 woningen hadden gekraakt. Gewoon een droog verhaal over een object met wat feitjes, niks nieuwe kijk op wat dan ook.

De avond sloot af met wat meningen en vragen over de toekomst van de Gliphoeve. Er is in ieder geval al wat jaren een plan in wording, waarmee woningeigenaar Rochdale het gebouw opnieuw een stralend voortbestaan wil geven. En ze willen over een jaar nu echt gaan beginnen. Alle bewoners moeten verkassen en mogen terug komen, maar niet in hun oude woning. Het waarom werd niet gegeven. Op de mooiste plek komen 200 koopwoningen, die samen een aparte eenheid met een eigen VvE gaan vormen. Zonder koopwoningen, zo zei de Rochdale man, krijgt de Gliphoeve niet zijn gewenste (toekomst bestendige) uitstraling. In totaal biedt de Gliphoeve (Geldershoofd + Gravestein) straks zo’n 1.000 woningen: 40% sociale huur, 40% middenhuur en 20% koop. De eerste bewoners zijn inmiddels al verhuisd naar een nieuwe, vaste bestemming. Die vaste bestemming komt er ook voor de bewoners die naar het nieuwbouwwijkje boven Gliphoeve willen verhuizen, dat inmiddels in aanbouw is.

Foto’s: foto boven: Gliphoeve in z’n tweede fase, de buitenkant is dan beschilderd om de monotonie te bestrijden. Voor de flat staat de parkeergarage met daaronder het sociaal-cultureel centrum met bieb, muziekschool en o.a. sportzaal. Foto hierboven komt uit de 3de fase. De buitengevels werden opgeknapt, maar binnen bleef het vaak een zooi.

Nieuw: Bijlmer Museum podcast

Het Bijlmer Museum en Vinger nl hebben de handen ineen geslagen en
brengen de Bijlmer Museum podcast op het internet. Op deze podcast worden
verhalen verzameld van Bijlmer bewoners en mensen die in de Bijlmer
gewerkt hebben. Zij vertellen hun eigen verhalen over dat bijzondere
stadsdeel van Amsterdam en vullen zo de geschiedenis aan.
Inmiddels staan de zes eerste verhalen op internet. Onder hen Peter Priehn,
zo’n 15 jaar lang wijkagent en rechercheur in en rond Ganzenhoef waaronder
ook het gerucht makende Gliphoeve valt. Gespreksleider Henno Eggenkamp
gaat ook in gesprek met Yves van Kempen, directeur van de Open
Schoolgemeenschap Bijlmer met zijn 3-jarige brugklas en specifieke
benadering van leerlingen. De OSB bleek in staat vele leerlingen naar een
hoger plan te trekken dan ze ooit vermoed hadden.
Een van die leerlingen was Karin Moor, die de Roze Panter bedacht: een 2de
huis en gezin voor vele buurtkinderen, waar ze ongeacht hun leeftijd welkom
waren. Zie ook foto.
Ook zij vertelt haar verhaal net zoals Eva Evers, geboren begin jaren ’70 in de
Bijlmer en actief lid op de Amsterdamse Ponyclub aan de Weespertrekvaart.
De afgelopen vier jaren was ze mede-oprichter en baas van het alom
bejubelde Elixer restaurant.
Binnenkort plaatsen we een 2de serie gesprekken op onze podcast, met onder
meer Nadia Tilon, hartstochtelijk zangeres van Surinaamse strijd-liederen en
betrokken bij de krakersacties in Gliphoeve. En Bob Vos komt aan het woord,
mede grondlegger van Lokale Omroep Bijlmermeer (LOB) en saboteur van het
betalen van parkeerkosten in de garages.
De verhalen zijn momenteel te beluisteren bij Spotify (dat je dus moet
downloaden, kost niks). Zoek naar Bijlmer Museum podcast.

Applaus voor Gliphoeve

De zwarte gemeenschappen van de Bijlmer (Zuidoost) met voorop die van de Afro-Surinamers zijn vanaf midden ‘90 het perspectief op het stadsdeel gaan bepalen, gedragen door hun aantal, het debat rond zwarte Piet en de slavernij. Directe aanleiding was de vette pot Urban-gelden – in totaal zo’n 40 miljoen – die Martin Mulder, project-directeur van de Bijlmer Vernieuwing – had weten te scoren om sociale vernieuwingsprojecten een kans te geven. Hij oordeelde dat zonder die projecten die sociale vernieuwing de Bijlmer zich geen nieuwe toekomst kon verwerven, want de sociale problemen waren groot: forse armoe, hoge werkloosheid, laaggeletterdheid, onveiligheid enz. En de bazen van de vernieuwing – de gemeente Amsterdam en de woningbouwcorporatie Nieuw Amsterdam – waren eigenlijk alleen geïnteresseerd in sloop, toen nog vastgesteld op 25% van de klassieke hoogbouw, maar uiteindelijk opgetrokken tot zo’n 60%.

Het duurde niet lang of al die Urban- miljoenen werden opgeëist door het tot dan volkomen onbekende Allochtonen Breed Overleg (ABO). Daarachter bleken zich later een aantal heren te verschuilen, die in de jaren ‘70 de later wegens financieel wanbeheer opgedoekte welzijnsorganisatie voor Surinamers en Antillianen, de Beheersraad cq Interim Beheer, mede hadden geleid: Harald Axwijk (directeur), Roel Lachmon cq Luqman, Emile Esajas (penningmeester) en Yoessoe Maatrijk.

Hun actie leidde uiteindelijk tot de oprichting van het Zwart Beraad – een groep leden van de stadsdeelraad en ambtenaren op het stadsdeel – , heel veel raciaal tumult en uiteindelijk tot een Uitgebreid Bestuurlijk Overleg (UBO), dat de Urban-miljoenen mag verdelen. Het UBO bestaat uit o.a. uit vertegenwoordigers van de gemeente en het stadsdeel, iemand namens het Zwart Beraad, twee leden van de ABO, een persoon namens de Ghanese organisaties Sikaman en Recogin, en een representant van de Allochtonenkerken. Zij gaan de bestemming van het geld bepalen, bijvoorbeeld de nieuwbouw van het Cultureel Educatief Centrum (CEC) bij Ganzenhoef, waarin o.a. een ROC wordt gevestigd. Naast grote projecten zijn er kleinere. Zo gaat een deel van het geld naar Stida, een organisatie van Axwijk en Luqman, die zwarte werklozen aan tijdelijke en hele banen moet helpen. Een ander deel belandt bij het MP-bureau, geleid door de secretaris van het Zwart Beraad, dat o.a. de multiculturalisatie moet bevorderen.

In de plaatselijke politiek ontstaat tegelijkertijd een grote verschuiving. Vanaf 1998 tot heden zullen vier Surinaamse dames de hoogste bestuurlijke post in het stadsdeel mogen bekleden: Hannah Belliot, Elvira Sweet, Muriel Dalgliesh en Tanja Jadnanansing, met tussendoor een Surinaamse man: Marcel la Rose. Belliot, die indertijd door Wouter Gortzak als voorzitter van de PvdA-fractie naar voren werd geschoven, werd door velen zelfs betiteld als de ‘zwarte koningin’.

Inmiddels zijn Stida en MP-bureau verdwenen net zoals andere Urban-initiatieven, zijn de klassieke buurthuizen, geleid door bewoners – bestuurders uit de buurt, omgebouwd tot facilitaire ruimten en is er 1,5 jaar geleden opnieuw zo’n 40 miljoen in kas gezet om de Bijlmer er definitief bovenop te helpen. Het aantal authentieke Nederlanders is in Zuidoost ondertussen gedaald tot zo’n 30%. Surinamers en Afrikanen hebben ieder zo’n 25%. De rest is allerlei. Een ander gegeven is dat het aantal sociale huurwoningen drastisch is verminderd, in de Bijlmer zelf van zo’n 80 naar 40%. Desondanks scoren we in Zuidoost in vergelijking met andere stadsdelen in Amsterdam nog altijd het hoogst als het gaat om werkloosheid, armoe, laaggeletterdheid en stemgedrag.

De genoemde 40 miljoen behoren bij het zogenaamde masterplan, gedragen door een alliantie van velerlei partijen (van gemeente tot het rijk en welzijnsclubs) en is dus vooral bedoeld voor de zogenaamde zachte sector: onderwijs, werkloosheids-bestrijding, jongerenwerk en leefbaarheid. En dit beleid wordt geflankeerd door een groots bouwprogramma van zo’n 35.000 woningen, in alle delen van Zuidoost en vooreerst vooral op het kantorengebied Amstel 111/Arenagebied, in totaal zo’n 15,000 appartementen. De eerste grootschalige woontorens worden inmiddels bewoond: met name door alleenstaanden en kinderloze stellen. Een appartement van 60m2 kost zo’n 1.200 euro per maand netto huur. Appartementen van meer en veel meer dan 500.00,– euro zijn er ook te koop en voor sociale woningen wordt zo’n 30-40% van het totaal ingeruimd.

De geschiedenis van de Bijlmer wordt inmiddels zwart gekleurd, zoals in de eerste regel van dit stuk al aangegeven. Je ziet het aan het programma van de kunstinstellingen, de gelden en andere ondersteuning middels de bewindvoerders van het masterplan, en de samenstelling van de bestuurs-organen die het stadsdeel leiden. Daar is op zich natuurlijk niets mis mee, want vroeger was het allemaal wit.

Het voelt natuurlijk wel vreemd aan als super hosselaar Roy Ristie mede namens het stadsdeel een ‘staatsbegrafenis’ krijgt en het verleden bijgekleurd wordt. Zo wordt de oude Gliphoeve opeens neergezet als de baarmoeder van Bijlmer’s daadkracht en energie, terwijl de oude Beheersraad daar vroeger op verzoek een klein ‘politiecorps’ neerzette om de problemen enigszins te beteugelen. De flat had vele kenmerken van een echt getto, was over bevolkt en uitgewoond.

De glorificatie van Gliphoeve vindt plaats op een vrijdag jl. geopende tentoonstelling, ‘Speculate or die trying’ (?), in een tijdelijke expositieruimte op Amstel 111. Er wordt gejubeld over de gemeenschapszin in het enorme gebouw en de vele mooie (bedrijfs)initiatieven die er genomen werden. Geen woord over de mensen die op voorhand woningen voor anderen kraakten om daarmee geld te verdienen of woningen inrichtten voor drugsgebruikers; of eigen woningen voor heel veel geld doorverhuurden aan vluchtelingen uit Bangladesh bijvoorbeeld. Praktijken die met uitzondering van het kraken, ook in de rest van de Bijlmer gewoon waren, hoewel niet overal en meestal minder, en evenzo beoefend werden door Nederlanders, Ghanezen etc., net zoals het onderverhuren en het inrichten van woonkamers tot bordelen, eethuisjes, kapperszaken, discotheken enz. Leegstand was er mede een gevolg van en daarna de sloop.

‘Speculate or die trying’ is een 2de Shebang-project van het CBK, Imagine IC en het Bijlmerparktheater en vindt dus plaats in een gebied, Amstel 111, dat zich wil positioneren als een aantrekkelijk woongebied. Er moet tenslotte door ontwikkelaars daarvan ook geld verdiend worden en daarvoor zijn tijdelijke kunstprojecten prima image-verkopers. Het is de oude methode van gentrificatie om rijkere bewoners naar je verdienmodel te trekken. En het zal daarom blijdschap geven, dat naast Shebang ook een 2de expo – met het werk van Patricia Kaersenhout over de geschiedenis van zwarte vrouwen – al een week voor Shebang in hetzelfde gebouw zijn deuren opende, met dank aan het CBK. De locatie ligt niet ver van de plek waar vandaan rondleidingen langs de nieuwe woontorens worden georganiseerd. Het is ook vlakbij IKEA maar dus ver van de werkelijk bewoonde wereld. Op Amstel 111 heersen nog altijd de kantoren.

Grappig is dat Shebang2 juist ageert tegen de kapitalistisch geïnspireerde gentrificatie, die zich vooral richt op mensen, waaraan door velerlei ondernemers en winkeliers goed te verdienen valt. De expo wil bewerkstelligen dat het volk zelf, die unieke Bijlmer gemeenschap met zijn bijzondere dna (dixit Shebang), spelregels gaat opstellen om de gentrificatie in eigen hand te nemen ofwel hoe diversifiëren wij onszelf met rijkere mensen tot een geheel eigen en fijne samenleving. De expo moet daartoe een eerste zet geven, maar hoewel de expo monumentaal en strak van design is, is ze ook heel talig: tekst na tekst aan de muur, die lang niet altijd klopt, en dan ook nog tekst via een zestal koptelefoons, die ons verbinden met coryfeeën als Mavis en Roy Groenberg. De grote aanmoediging slogans om samen aan de slag te gaan zijn in het Engels of het sranan. Het draait kortom vooral om de Surinaamse gemeenschap, die er overigens ook niet veel wijzer of gelukkiger wordt. Er staat, hangt en ligt niets dat het gemoed beroert. Er is zelfs geen boekje die je de tekst mee naar huis laat nemen, niet dat het veel zin heeft, maar het geeft aan, dat je als expomaker erop hoopt dat mensen in actie komen en jij er voor hen bent: samen voor een zich verrijkende samenleving. De makers gaan alleen voor hun statement. En we moeten toegeven: waar vindt je mensen die in actie willen komen, gewoon voor nop en het doel. De Bijlmer van nu ontmoet nauwelijks en beweegt niet.

De foto’s: ze komen van Shebang 2. Foto 1 is een sculptuur, dat Gliphoeve verbeeldt; foto 2 staat in de hal bij binnenkomst

In de Bijlmer gloort een nieuwe Stad van de Toekomst

Toen de Jordaan nog de krottenwijk van Amsterdam was, net zoals bijvoorbeeld de Haarlemmer Houthavens, de Kinkerbuurt en de Pijp, volgestouwd met armoe lijdend werkvolk, had je als bewoner van zo’n buurt alleen zicht op een hogere status als je bijvoorbeeld zanger was: Johnny Jordaan of Willy Alberti of André Hazes. Met dank aan de opkomende radio en tv konden zij vanaf de jaren ‘50 uitgroeien tot beroemde Nederlanders, want wie anders dan zij konden het verdriet van ons bestaan vertolken. De vloek van een minderwaardig persoon zat in hun botten.

In de jaren ‘70 werd de befaamde, Amsterdamse krottenwijk op gevolgd door de Bijlmer, hoewel bedoeld als een stralende, nieuwe stad van de werknemer met stropdas en auto. De ‘stad van de toekomst’, de nieuwe parel van Amsterdamse woningwetbouw, werd verguisd omdat hij was opgebouwd uit anonieme, gelijkgeschakelde ‘konijnenhokken’, hoewel de huur appartementen de ruimste en modernste waren die de stad ooit voor zijn bewoners bouwde, 2 tot 3x maal zoveel in huur zo duur als in de binnenstad of Nieuw West, met een overvloed aan lucht, ruimte en park: het gemotoriseerde, luidruchtige en stinkende vervoer veilig en ver weg op 3 meter hoogte.

De Bijlmer werd het getto van Nederland, omdat de enorme leegstand huisvesting gaf aan eenieder die elders in Amsterdam geen ruimte kon vinden en/of niet getolereerd werd. De gewenste bewoners vonden het veelal te duur en keken uit naar de goedkopere woningen, die in de jaren ‘70 buiten Amsterdam in Lelystad, Almere en gemeenten in Noord-Holland ontwikkeld werden. En daar was ook veel aantrekkelijke laagbouw te vinden: een huisje met een tuin in een rustige straat.

Met hulp van huursubsidie, onderverhuur en bedrijfjes aan huis werd de Bijlmer de hoofdstad der ongewensten: de uit Suriname en de Antillen migrerende Nederlanders met een andere huidskleur, de alleenstaande homoseksuelen, de vluchtelingen dan wel arbeidsmigranten uit Polen, Chili, Iran, Ghana, Bangladesh, Sri Lanka, Nigeria enz.

Verjaardagsfeest Hilly Axwijk

De Bijlmer werd een ‘stad van aankomst’, een migrantenstad, een derde wereldstad, waarop etiketten werd geplakt als: crimineel, junkenhol, dievenbende, gevaarlijk en niet te vergeten vervaarlijk ‘zwart’. En de migrant, die het maakte, vluchtte als het even kon de witman achterna, naar Flevoland of welke plek ook waar je niet langer met de Bijlmer geassocieerd werd.

Het is inmiddels 30-40 jaar later. De oude Bijlmer met z’n hoogbouw is vanaf ‘92 voor 60% gesloopt, ze werd vooral vervangen door laagbouw met tuin en auto voor de deur. Daarnaast werden nog zo’n 1500-2000 hoogbouw-appartementen verkocht, in Grubbehoeve, Kleiburg, Kikkenstein, Hoogoord, Florijn enz. Minimaal 35% van de bewoners werd alzo gedwongen te verhuizen naar elders in de stad. En niemand weet hoeveel van hen daar beter van werden. 65% van de ‘gesloopten’ vond opnieuw een appartement of een koopwoning als ze daarvoor het geld hadden in de Bijlmer zelf of in andere delen van Zuidoost zoals Venserpolder en Holendrecht. Het gevolg was ook dat veel mensen geliefde buren, dicht bijwonende familie en netwerkjes verloren. De energieke en vrolijke jaren ‘80 waarin we ondanks alle ellende een gemeenschap vormden, waren voorgoed voorbij. We belandden in een nieuwe Bijlmer, een veel saaiere Bijlmer, steeds wat netter, steeds meer opklimmend in persoonlijk inkomen (de zgn gentrificatie) en minder afschrikwekkend, maar nog altijd met het teken.

Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet. Amsterdam Zuidoost

Er stonden vanaf ‘98 ook politici op, met name Surinaamse, die ons immer gedeukte imago gingen opvijzelen met leuke dingen, zoals prijzen voor de beste renovatie van een flat; het binnen halen van kunstwerken; het verlenen van velerlei prijzen, oorkondes en diploma’s aan het door de buitenwereld zo geminachte Bijlmervolk; en het verbouwen van een buurthuis op Ganzenhoef tot een ‘zwart Paradiso’ cq No Limit met veel aandacht voor talent-ontwikkeling. Onze ‘burgemeester’ uit die tijd, Elvira Sweet, was er immers van overtuigd, dat haar volk dansen en zingen in het bloed had. Ooit zou een lid van hen, onze eigen André Hazes, de Arena vullen. De Bijlmer moest vooral een stralend voorbeeld worden van wat Afro-Surinamers vermogen, en velen klapten met haar mee. En om die blaka foto (zwarte stad) te verankeren werden naar een eerste initiatief van Groen Links straten en pleinen naar Surinaamse en ook Antilliaanse helden vernoemd en kregen veel later nieuwe buurtjes Surinaamse namen als Mi Oso (mijn huis) en Switi (zoet cq ijslollie)). Anton de Kom, de grote strijder tegen slavernij, werd opnieuw ontdekt en op het schild gehesen en kreeg naast een beeld op een naar hem vernoemd plein bovendien een mural. Voordien kwam al, dankzij een invloedrijk familielid, een beeldje van een voormalige Bijlmer inwoner, die in het Surinaamse elftal speelde en met vele collega’s het slachtoffer werd in de grootste, Surinaamse vliegramp nabij Zanderij. In Het Parool werd vanaf zeker moment iedere Surinamer met een zekere faam binnen zijn gemeenschap na zijn overlijden door Patrick Meershoek in de schijnwerper gezet. Ritselaar Roy Ristie verdiende niet lang geleden bij zijn plotse dood een staatsbegrafenis door het stadsdeel.

Helaas voor Elvira bracht broedplaats No Limit geen nationale sterren voor, ze werd uiteindelijk vooral een hangplek voor mannen, en ook Orville Breeveld wist ons onlangs in juni met zijn show ‘From Southeast with love’ in het Concertgebouw niet te overtuigen dat ‘wij’ uit de Bijlmer cq Zuidoost als de besten kunnen zingen en musiceren. Hij bereikte wel dat in het eigen circuit opererende groepen als La Rouge en Black Harmony samen met de Bijlmer een nationaal podium kregen. Het programma werd bovendien driemaal op de buis vertoond. Hulde voor hem, BLM en ons imago. En natuurlijk ook voor Humberto Tan, die een glanzende carrière maakte, hoewel hij dat als kind van de Bijlmer nooit voor mogelijk had gehouden, zoals hij afgelopen zondag in Zomergasten vertelde.

En zo gaan we beetje bij beetje vooruit, al zijn we nog altijd het grootste zorgenkindje van Amsterdam qua werkloosheid, laaggeletterdheid, criminaliteit en stemgedrag. We hebben buurten waar bij wijze van spreken niemand stemt. De macht voor een betere toekomst ligt mede bij een club Surinaamse vrouwen, die namens ons stadsdeel sleutelposities innemen bij de realisering van het door de gemeente geïnitieerde Masterplan. Over 20 jaar moeten we er 35.000 woningen bij hebben, is kantorenwijk Amstel 111 plus Arena-gebied gemengd met woontorens en is hopelijk de ultieme doelstelling bereikt, dat geen Bijlmerkind minder kansen heeft dan welk (Nederlands) kind ook. Als dat lukt, kunnen we over 20 jaar vaststellen, dat alle armoe en andere ellende ons landje uit is. Het zal een wereldwonder betekenen, maar het geloof daarin is er. De masterplanners spreken niet voor niets over een nieuwe Stad van de Toekomst.

Rond 1970: de eerste Stad van de Toekomst verrijst.

Herontdek de collectieve ruimte

In opdracht van Wouter Pocornie/Black Archives onderzochten een viertal duo’s de mogelijkheden om de Bijlmer/Zuidoost stedenbouwkundig zodanig te vernieuwen, dat de huidige en komende bevolking meer aan z’n trekken kan komen. Op zoek dus naar aanpassingen van het oude ontwerp en het huidige bouwprogramma, ofwel hoe bouw je een samenleving waarin eenieder zich zoveel mogelijk senang voelt en je dus ook rekening houdt met alle culturen die de Bijlmer zijn ingestroomd.

Het leverde in ieder geval een aardig idee op: het vergroten van gemeenschappelijke (buiten)ruimte, omdat het leven meer is dan je terug trekken in je eigen woning, zeker als die woning alsmaar kleiner lijkt te worden. En dat gebeurt momenteel op Amstel 111 waar het gros van de nieuwe, in torens gestapelde appartementen niet groter is dan 20 – 45 cq maximaal 70 m2.

In de oude Bijlmer van Nassuth vond je bijna uitsluitend drie- en vierkamerwoningen van 72 en 96 m2 grootte, plus wat kleinere 2-kamer appartementen. In de oude H-buurt bevatten de gebouwen ook 6-kamer woningen. Het was allemaal sociale huur. En oorspronkelijk zou de 4-kamer woning een grootte hebben van 120 m2 met een balkon van 2 meter breed (werd 1,5) maar dat stond de Nederlandse staat niet toe en de gemeente kon het niet bekostigen. Men was natuurlijk helemaal niet gecharmeerd van Nassuth’s idee, dat iedereen recht had op een 4-kamerwoning. Hij wenste geen verschil tussen een alleenstaande of een gezin, want de een had kinderen, de ander een paar honden of andere hobby.

park bij Groeneveen

Het plan van Nassuth bracht niet alleen grote woningen, ruimer dan tot dan in de sociale huur de gewoonte was, maar voorzag eveneens in een enorme oppervlakte aan gedeelde ruimte: de grootse parkruimte tussen de flatgebouwen plus de gezamenlijke bewonersruimten in de binnenstraat van de gebouwen met daarnaast bewoners-paviljoens in het groen. Buitendien was die op 1-hoog gelegen binnenstraat behoudens de collectieve ruimten, liftschachten, een dokterspraktijk en wat winkeltjes over de hele breedte en lengte van de flat een open verblijfsgebied met trappen naar het park. Gebrek aan geld deed het idee van binnenstraat en paviljoens sneuvelen. De binnenstraat die restte was een grauwe gang naar huis, en de collectieve ruimte in die binnenstraat was veelal niet meer dan wat aaneen gesloten woningen.

Het idee om de gemeenschappelijke ruimtes opnieuw te introduceren om alzo het woon- en leefgenot van de in ieder geval te klein behuisde appartement-huurder te vergroten komt van de architecten Paul Kuipers en Maarten Vermeulen. Ze werden niet alleen geïnspireerd door Nassuth c.s., maar ook door het Russische architectenteam van Ivan Leodinov, die eind 1920 een plan indiende voor de nieuwe stad die Stalin in Siberië wilde realiseren: Magnitogorsk, een stad die maar één product zou moeten leveren: staal. Reden: in het geplande gebied was ontzettend veel erts te vinden en staalfabrieken waren nodig om van een agrarisch land, dat Rusland was, uit te groeien tot een industrieel land dat met Amerika kon wedijveren.

de drie stroken

Leonidov bedacht het vierkant als basis van zijn stedenbouwkundig plan. Die vierkanten werden geschakeld in stroken: een strook links voor openbare gebouwen en leisure, een middenstrook voor glazen appartemententorens en woongebouwen van twee lagen en een derde strook voor scholen, parken, boerenland en speelplaatsen. Elke activiteit cq gebouw of een serie 2-etage woningen kreeg zijn eigen vierkant. En zo ontstond een soort oneindig, zichzelf herhalend, zeer leesbaar en geometrisch landschap, dat tegelijk gevarieerd was, met overal ruimte, doorzicht, licht en groen. Geen straatwanden. Het vierkant kwam ook terug in het twee etages tellende woonblok, bedoeld voor 16 mensen, twee per woning. Elke etage bevatte een kruis voor gemeenschappelijke activiteiten, in de vier overblijvende vierkante ruimten, op de hoeken dus, werden de privé-vertrekken voor de bewoners geplaatst. Het plan van Leodinov werd echter niet geaccepteerd. Er verscheen een Parijs-achtige stad, met een zeer brede, centrale boulevard, die op een bepaald moment nog uitdijt tot een immense cirkel.

vier woningen met collectieve ruimten

Geïnspireerd door Nassuth en Leonidov bedachten Paul Kuipers en Maarten Vermeulen het plan om alle woon- en kantoortorens op het nieuwe Amstel 111 te vervlechten met nieuwe, doorlopende stroken ofwel ruimtelijke zones voor allerlei voorzieningen als een kiosk, een buurthuis, een speelplaats, een galerie, een winkel, een café of moestuin. Ze vormen samen een groot netwerk van allerlei activiteiten waar je elkaar om allerlei redenen ontmoet en andere dingen kan doen dan thuis zitten. Een stedelijk leven aan de voet en tussen de torens, waar meer te beleven valt dan de vormgevers van Amstel 111 momenteel aanbieden: een parkje om te wandelen en wat winkels en andere voorzieningen onderin de torens.

Het plan komt voor Amstel 111 zeer waarschijnlijk te laat en hoe zou men het willen financieren nu bijna alle prijzen en deals vast staan. Het lijkt evenwel op zeker moment onontkoombaar dat bewoners, die tot tiny houses in een betonnen toren veroordeeld worden om meer ruimte gaan vragen: ruimte om te spelen, te doen en elkaar te vinden. De oude Bijlmer met zijn vele 3-kamerflats had uitkomst kunnen bieden, maar ja, die Bijlmer werd grotendeels gesloopt om de middenklasse een eengezinswoning met terras en tuin te kunnen aanbieden en alzo tot een nette plek uit te groeien.

Magnitogorsk zoals het werd

Gebruik website

Onder de foto vindt je de kopjes voor grote en kleine verhalen plus pagina’s met vooral foto’s. Klik erop. Op deze pagina start verder een lange sliert actuele berichten. Scroll naar beneden en je komt ze allemaal tegen. Je belandt ook bij info over het fysieke Bijlmer Museum, bij links naar ander Bijlmer nieuws en urls naar video’s. Actueel Bijlmer nieuws vindt je ook op https://bijlmerblog.com, en de FB-pagina’s Bijlmer Museum en Wonen in een museum.

De Verguisde Stad

Henno Eggenkamp, oprichter van het Bijlmer Museum, heeft een boek over de Bijlmer geschreven, getiteld: De Verguisde Stad. In dit boek beschrijft hij de ontstaans-geschiedenis van de Bijlmer, hoe de Bijlmer 60% van zijn originele hoogbouw verloor en gerenoveerd werd tot een meer alledaagse stad. Het werd een spannend en zeer informatief boek met bovendien bijzondere verhalen over de gebeurtenissen rond subcentrum Ganzenhoef, Gliphoeve en het Zwart Beraad. Van Stad van Aankomst naar Blaka Foto dan wel Bimre ofwel de Bims. Het boek is rijkelijk geïllustreerd en daarnaast voorzien van persoonlijke verhalen, aparte hoofdstukjes over zaken als de garages, historische documenten en een boekenlijst. In totaal 206 pagina’s op groot pocket-formaat.

Naast De Verguisde Stad verscheen De stormachtige levensloop van een utopisch woonpark ofwel de geschiedenis van de Bijlmer verteld in jaartallen ofwel alle belangrijke zaken op een rij. Het bevat ook een lijst met alle belangrijke gebouwen en de architecten daarvan. Dit boek op A4-formaat bevat 60 pagina’s en is volledig in kleur, met op bijna elke pagina wel een foto.

De boeken zijn te koop via https://www.mijnbestseller.nl/henno_eggenkamp

De Verguisde Stad kost 25 euro, de Bijlmer in jaartallen 15 euro. De Verguisde Stad is ook te koop in de boekhandel.

Folder ‘De verguisde Stad’