De Bijlmer Opera

In het Bijlmer Museum draait momenteel de expositie ‘Bijlmer Concrete‘ (zie bericht hieronder). Deze expo wordt op zondag 28 oktober a.s. afgesloten met een bijzondere gebeurtenis: de première van De Bijlmer Opera. Deze opera werd eind jaren ’90 gemaakt door componist Jacques Bank en zijn broer Fer als librettist. In januari 2000 draaide de opera een 12-tal druk bezochte voorstellingen in theater Bellevue, met drie zangers, het Orkest De Volharding en een groot koor.

Tot een speeldatum in de Bijlmer kwam het nooit. Een reden was dat het stadsdeel-bestuur het niet op de opera begrepen had. Hij was tenslotte kritisch en het stadsdeel-bestuur vond het bovendien niet te pruimen dat er geen ‘zwarte mensen’ mee deden. Om die reden weigerde het stadsdeel ook elke medewerking, zoals het ter beschikking stellen van video- en filmmateriaal.

Op 28 oktober zal er niet live gespeeld worden. We draaien een video-opname van de gehele opera, in totaal een uur. We beginnen om 16 uur. Jacques en Fer Bank zijn aanwezig en met hen kan na afloop gepraat worden. En als je zin hebt, kan je daarna ook nog mee-eten. Op het menu ‘captains dinner’, 8,50 per persoon. Meldt je aan, voor zowel het zien van de opera als het eten, dat kan via: bijlmerm@xs4all.nl

Bijlmer Concrete annex Bijlmer Art

Het Bijlmer Museum opent 6 oktober om 16 uur een bijzondere expositie met werk van in de Bijlmer woonachtige kunstenaars. Twee van hen – Fer Bank en Rogier Wagenvoort – maakten grote Bijlmer series. Bank deed dat met het digitaal bewerken van Bijlmer foto’s, een serie van 100 die hij op een monitor afspeelt. Hij maakte er ook een groot boek van.

Rogier Wagenvoort schilderde met veel liefde de Bijlmer flats in een (foto) realistische stijl, met aandacht voor onopvallende bijzonderheden. Hij documenteerde ook de sloop en de graffiti, die op het te slopen beton verscheen. 

De expo duurt tot en met de laatste zondag van oktober, woensdag t/m zondag van 12 tot 18 uur.  De locatie is BijlmerMuseum / vh de Nachtegaal, Grubbehoeve 38, vlakbij metrostation Grubbehoeve. In een aparte ruimte kunt u ook nog de vaste expositie van ons museum bezoeken, compleet met archief, video’s en bijvoorbeeld een brokstuk van het El Al Vliegtuig.

Een brug te hoog

In een fantastische L-doos van een patiowoning op Geerdinkhof sprak ik 22 augustus een gepensioneerde architect, die jaren met Nassuth samen werkte. En opeens kwam die brug ter sprake bij Grubbehoeve, een sloot overbruggend die het water van de Grubbezee moest verbinden met een nieuw te graven water in het park tussen Gouden Leeuw en Groenhoven, die weer uitmondde in een bestaande waterloop van de Bijlmerweide. De architect vertelde wat voor ramp die brug was, want hij was de laatste tijd slecht ter been en kwam er nauwelijks overheen. En ik herinnerde me al die mensen op een fiets, die moesten afstappen. Dus: waarom was die brug niet plat, waarom moest die ooit hoog, wat moest er onderdoor, zo’n prauw uit Venetië ofzo? Er kwam zelfs nooit iets onderdoor. Hij was alleen maar mooi voor de chic. Geld weggooierij aan een nutteloos sierding. Burgerlijke prots waartegen Loos, CIAM en Nassuth zich zo tegen verzette.

En ik vertelde hem over die andere, nagenoeg nutteloze brug, met ook zo’n prachtboog, die tegen alle normen van de gewenste en voorgeschreven stijging der omhoog gaande en dalende kromming ingingen. Een brug die slechts op een tiental meters van die eerstgenoemde fietsbrug was neergezet. En dat had maar een reden: het redden van mensen die zich daar in die uithoek bij het water bedreigd voelde. Ze konden natuurlijk ook in het water springen, maar ze kregen een brug, waar soms een wandelaar met hond overgaat. Let ook op de waterkant van de brug: daar is een trap, opdat geen brommer er overheen gaat scheuren. Ideetje van een ambtenaar.

Zo’n ambtenaar bedacht ook een pergola, eveneens bij Grubbehoeve, op een verkeerde plek, want op asfalt met grind naast een uitermate lullig aangelegd tuintje met saaie planten, grenzend aan een verkeerd aangelegde jeu des boulesbaan, met daaraan weer een bankje waarvoor in het midden een lantaarnpaal staat.

We hebben tenslotte nog een voorbeeld van ongebreidelde, ambtelijke fantasie met het diepe verlangen de mensheid schoonheid en gezelligheid te schenken. Kijk goed naar bovenstaande foto en u ontwaart een cirkel, waaromheen boompjes zijn geplant met een lange poot en een flinke haardos bovenop. De ambtenaar zijnde ook een architect had bedacht dat hier, in deze cirkel, een kruispunt van wegen, een gemoedelijk ontmoetingspunt kon ontstaan. Er zouden ook bronzen bankjes bij komen, maar daarvoor vond men helaas geen geld.

En zo is de sloot tussen Gouden Leeuw en Groenhoven ondanks alle nieuwe bruggetjes aldaar van geen enkele waarde, want, om welke reden ook, er staat nauwelijks water in en de sloot groeit dicht. Niks geen stroming om het water meer zuurstof en visjes te geven, zoals ooit bedacht. En dan ook nog te bedenken dat bewoners jaren strijd tegen de sloot voerden en natuurlijk verloren.

HE: foto’s en tekst

Weesperkarspel: de mensch wikt, God beschikt

De gemeente Weesperkarspel gaf in 1962 de gemeente Amsterdam de opdracht het gebied tot een mooie woonstede om te toveren. Het argument: we zijn een zeer kleine gemeente met heel veel land, maar we hebben niet de ambtenaren om die plannen te maken.

Het was natuurlijk doorgestoken kaart, een spel waarin ook de provincie Noord-Holland mee deed. Het gevolg was dat Siegfried Nassuth aan de slag kon en de Bijlmer zich rijk rekende met een Stad van de Toekomst. Bijna alle huizen in het gebied werden gesloopt en riviertjes met weidegronden verwenen onder een dikke laag zand, opgepompt uit het water van het latere IJburg, de Vinkeveense plassen en de latere Gaasperplas.

Een van de boerderijen droeg een prachtnaam: De mensch wikt, God beschikt. Eigenaar bij de verkoop aan de gemeente Amsterdam was Leen Broeren. Hij staat op de foto met zijn vrouw Jo. De zitters zijn z’n vader Dirk (in ‘48 overleden) en z’n moeder Anna.

Leen verhuisde na de verkoop naar Baambrugge. De boerderij werd tot de sloop overgenomen door Fritz Tamminga, die zich al snel toelegde op loonwerk bij de Provincie. Hij was nog jarenlang in de Bijlmer actief als lid van het CDA.

Voor meer historie en foto’s, ga op internet naar de Historische Kring Driemond.

Heesterveld kleurt zich geel, blauw, rood

Heesterveld ligt ingepropt tussen metrostation Bullewjk en de galerijflat Hakfort. Het is een anti Bijlmer hoogbouw, die begin jaren ‘80 ontworpen werd door Pi de Bruijn en zijn leermeester Frans van Gool. Het was een complex voor sociale huur en draaide zo slecht dat eigenaar Ymere op zeker moment besloot te slopen. Zover kwam het niet. De krisis van 2008 gooide roet in het eten en vervolgens ontstond het idee om een deel van het complex tot broedplaats om te bouwen. Dat deel werd ook geheel beschilderd, zoals in aantal favela’s mode is geworden. Het is tenslotte de goedkoopste methode om verloedering te verhullen. Je krijgt bovendien vrolijke kleuren en een eigen identiteit.

Inmiddels is Ymere weer een stap verder. Het hele complex blijft. De privé tuinen die zoveel overlast gaven zijn geheel gesloopt. Al het buitengebied is nu openbaar en geheel vernieuwd. En drie delen van het complex hebben nu allemaal hun eigen felle, overdonderende kleur: geel, rood, blauw. De broedplaats behoudt zijn favela-outfit, maar kreeg er ook een mooie cirkel plus boom bij en daarbovenop een stevige, houten en transparante looproute naar niets. Gewoon een ding.

Meer info: Heesterveld pagina op deze site

De Bijlmer vierde feest in Paradiso

50 jaar Bijlmer en 50 jaar Paradiso kwamen 1ste Pinksterdag 20 mei samen in de poptempel bij het Leidseplein. Een verbintenis de eerder mislukte in het Amsterdam Museum. Paradiso kreeg er een applaus expo, maar het geplande eerbetoon aan 50 jaar Bijlmer werd ingeruild voor een monument van trots rond de overleden burgemeester Eberhard van der Laan.

De Bijlmer is kortom in Amsterdam geen dominant onderwerp en het optreden van Zo!Gospel Choir in Paradiso bevestigde dat. Paradiso kwam niet naar de Bijlmer om ons een pracht van een concert aan te bieden. De Bijlmer cq de gemeente Amsterdam bracht zijn centjes naar de grachtengordel.

Het was er die 20ste stampvol, meer volk dan verantwoord, dankzij de gulle uitgave aan vrijkaarten voor ambtenaren en relaties. De ‘echte’ liefhebbers van het koor betaalde een 20 euro per persoon. En samen stonden ze opeen geperst met veelal een beperkt blikveld. De band miste koper en ruimte tussen de klanken en zover er gospel klonk zocht je tevergeefs naar geloof, hoop en liefde. Hard en hoog hadden de boventoon.

Paradiso en het Choir hebben een geschiedenis gemeen, die rond 2000 begon toen besloten werd dat de Bijlmer Vernieuwing niet alleen flatgebouwen ging slopen, maar de Bijlmer cq Zuidoost ook een platform voor kunst en cultuur moest brengen, met vooral aandacht voor het multiculturele en (dus!) het niet hoog opgeleide. Zo!Cultuur werd geboren, mede-initiatiefnemer was Paradiso. De club maakte in 2004/2005 naam door samen met de poptempel een groot Gospelfestival te organiseren in en naast het CEC-gebouw bij Ganzenhoef. De keuze voor gospel was simpel: religie en zang horen bij de arme bewoners van de Bijlmer, hoewel het festival druk bezocht werd door de witte middenkaste.

Het Gospelfestival werd door zijn eerste successen de core business van Zo!Cultuur, veel meer kwam er niet uit haar handen. Niet onverwacht ontstond in 2010 het idee om Zuidoost zijn eigen koor te geven dat aan het festival mee kon doen. De zwarte medemens werd tenslotte met een gouden strot geboren. Dat bleek. Vooral Afro-Surinaamse meiden reageerden enthousiast en binnen een mum van tijd stond er een fantastisch, jeugdig en energiek koor onder leiding van de zangeres Berget Lewis, zus van Donna, die samen met Gordon Cruden Zo!Cultuur leidde. Het koor werd een doorslaand succes, vooral toen het Korenslag won, een NCRV korencompetitie op de televisie.

Inmiddels is het koor een vaste waarde. Het staat onder leiding van de solisten Berget Lewis en Shirma Rouse en wordt gemanaged door Donna Lewis en Gordon Cruden, die het project Zo!Cultuur uit hun handen zagen glippen en vervolgens mislukten met hun vervolgproject Podium Zo! in het oude Kwakoe-gebouw.

Het koor heeft zijn amateurs de laan uitgestuurd en is beroeps geworden, de binding met de Bijlmer/Zuidoost is verdwenen, hoewel ‘men’ in Zuidoost krampachtig tracht het koor als zijn kindje te positioneren. Zoveel successen heeft de Bijlmer tenslotte niet voort gebracht, er voetbalt zelfs geen Bijlmerboy meer in Ajax 1 of 2.

Grootste slachtoffer is natuurlijk de Bijlmer, waarvan de zangtalenten hadden mogen hopen dat het koor een Bijlmer-ding bleef: zingen voor je eigen mensen in het idioom van hun onderscheidende kultuur, met af en toe leuke gigs in andere steden en landen. Een koor waarin de generaties elkaar opvolgen, zoals bij fanfares en handbalclubs. Het professionele choir met per klus niet meer vocalisten dan commercieel aantrekkelijk is, is een soort verraad aan de basis, zoals ook met Paradiso gebeurde: van een culturele vrijplaats voor hippies en rockers, waartoe het gebouw in 1968 werd gekraakt, naar een alternatief concertgebouw met vele beveiligers en een uitgebreide, professionele staf. Kunst en cultuur gaan daar waar het geld is.

De verloedering startte niet op de Zeedijk

De laatste tijd horen we opeens, dat de verloedering van de Bijlmer begon, toen burgemeester Van Thijn in 1984 de Zeedijk liet schoon vegen. Vandaag werd het verhaal nog op onze tv verteld door Murat Isik die onlangs de Libris-prijs won met zijn boek over zijn Bijlmerjeugd.

De Zeedijk was vanaf midden jaren ‘70 de hangout van dealers in heroine, veelal Surinaamse mannen die door de Chinezen bevoorraad werden. De harde actie van de burgemeester leidde er toe dat de dealers zich terug trokken in hun heimat, met name de Bijlmer-flats zoals Gliphoeve rond winkelcentrum Ganzenhoef. De metro verschafte hun klanten een prima verbinding tussen hen en de stad. En de Bijlmer werd zo ook het roof- en verblijfsgebied van de slecht bij kas zittende gebruikers. Niet alleen voor mensen van buitenaf, maar natuurlijk ook voor hen die in de Bijlmer woonden. Er waren door dealers gerunde appartementen, trappenhuizen en bergingen waar ze hun ‘horse’ konden roken of spuiten. De Hollanders spoten het in de aderen voor een snelle en heftige kick, de Surinamers rookten, want zij eerden hun lichaam, daar moest geen spuit in. .

En toen begon de verloedering zeggen mensen als Isik, maar die was natuurlijk al veel langer gaande. De Bijlmer was immers vanaf de start in ‘68 een nogal instabiele samenleving, waar veel huurders snel vertrokken – per jaar zo’n 30% van het totaal – en veel leegstand was, leegstand die op zeker moment werd opgevuld door (Surinaamse)mensen zonder baan en vooruitzicht. Drugs kunnen het leven dan draaglijk maken en voor de handige jongens zijn hasj en heroïne een prima verdienmodel totdat zij ook zelf verslaafd raken. De actie van Van Thijn was vooral een verergering van de problemen in de Bijlmer.

De schoonveeg-actie was de uitkomst van een steeds repressiever beleid. Dealers en junks werden niet meer getolereerd, zeker niet rond de Nieuwmarkt waar gebruikte spuiten op kinderspeelplaatsen werden gevonden. Bewoners schreeuwden om actie en hun woede en angst werden versterkt door de tientallen doden, die jaarlijks aan een overdosis de pijp uitgingen. Het Parool hield er een nauwkeurig logboek van bij. In de jaren daarvoor, de jaren ‘70 werd het heroïnegebruik vooral als een ziekte gezien. Er kwam zelfs een opvangcentrum als het Huk in de Spuistraat waar junks onder een soort toezicht konden gebruiken en ook te eten kregen. En er was Surinaamse opvang van de stichting Sosa onder leiding van Ferdy Axwijk in een groot, mooi hoekpand aan de Vijzelstraat. Onder leiding van wethouder Irene Vorrink (voormalig minister onder Den Uyl) startte in ‘78 een beleid om de junken over een aantal oude wijken te verspreiden. Er werden cafe’s aangewezen waar de junks konden scoren bij een soort huisdealer. Daaronder ook een Surinaamse tent. Het nieuwe beleid liep echter al snel stuk. Het werd niet gepikt en mede daardoor verdween Vorrink.

In de Bijlmer van ‘84 keerde dit opvangbeleid ondanks de harde actie van Van Thijn weer ten dele terug. De Bijlmer lag tenslotte niet in hartje centrum en junks blijven hulpbehoevend. Onder de Elsrijkdreef naast kinderboerderij Gliphoeve werd een houten keet geplaatst waar Surinaamse heroïnegebruikers veilig hun horse konden roken. Voor het beheer ervan richtten ze hun eigen stichting op en ze noemden hun keet ‘Ons Stekkie’. Boze bewoners staken het een paar keer in de fik. En langzaam maar zeker verdween in de jaren ‘80 het heroïneprobleem. Gebruikers stierven of stopten ermee. De toeloop aan nieuwe gebruikers werd steeds minder en de hulp steeds beter. De heroïnegebruiker kan nu thuis blijven wonen of in een opvang. Z’n horse of methadon krijgt hij op recept.

Meer info: zie Hier en Nu en Andere tijden.

USA podcasts ontstaan Bijlmer

Een ANP-bericht

De populaire Amerikaanse podcast 99 Procent Invisible produceert een serie afleveringen over de bouw van de Bijlmer in de jaren 60.

De eerste aflevering is onlangs online gezet. De serie gaat over het stedenbouwkundige idee dat ten grondslag lag aan de Bijlmer. In de eerste aflevering wordt uitgelegd hoe een groep architecten zich verzamelde onder de naam CIAM, met uitgesproken en rigide ideeën over moderne architectuur.
Het belangrijkste was dat verschillende functies van een stad moesten worden gescheiden, waarmee congestie, lawaai, vervuiling en chaos zou worden opgelost.

Dit idee lag ten grondslag aan verschillende steden in de wereld, maar werd nergens zo groot uitgewerkt als in de plannen van de Amsterdamse Bijlmer. Het was tevens de laatste keer dat CIAM-blauwdrukken voor stadsuitbreidingen zouden worden gebruikt.

Winstbejag verheft de CIAM-bouw

De woningen op Kanaleneiland in Utrecht, een wijk nogal ver van het centrum, zijn hele gewone, maar heldere en lichte doosjes, in lange rijen van vier woonlagen gestapeld op een onderhuis, gelegen aan brede lanen met autovakken. Ze refereren aan De Stijl, Bauhaus en CIAM, zijn van na de oorlog, jaren ‘50-’60, in uniforme systeembouw gefabriceerd, en waren bedoeld voor de (sub)modale burgerman die zich ruimte, licht en moderniteit zocht. Zoiets als de Bijlmer dus, maar dan veel platter, minder ruim, zonder collectieve ruimten, garages en verhoogde wegen. En ook daar, op die niet al te brede, rechthoekige strook van een soort schiereiland tussen twee rechte kanalen, ontpopte zich een Stad van Aankomst, in dit geval van Turken en Marokkanen, die ertoe leidden dat er sloopplannen werden ontwikkeld. En dat bracht weer een miljoenendeal op, waarmee uiteindelijk zo’n 51 miljoen gemoeid was.

Het begon dus met een sloopplan, maar het werd verkoop. Gemeente Utrecht en eigenaren van de huizen – de wbv’s Mitros en Portaal – rekenden zich rijk toen Adventicum zich meldde, een joint venture van de staatsbank uit Qatar en Credit Suisse, een bankinstelling van durfkapitalisten, die mede de bankcrisis van 2008 veroorzaakten. Adventicum wilde de boedel voor 0 euro overnemen en als dat kon zou het de gemeente 30.000,– per woning betalen: voor de grond, de bestrating, aanleg van groen etc. De woningen zou het verder mooi opknappen en daarna tegen goed geld gaan verhuren. Premiehuur dus, die beter verdienende bewoners naar Kanaleneiland zou trekken. Dat leek de verkopers en gemeente prachtig. Het aanzien en de aantrekkingskracht van de wijk kon daar alleen maar beter van worden. Ze zeiden dus ja, en dat deed natuurlijk ook bouwbedrijf Heijmans, die in de wijk al volop met renovatie-werkzaamheden en nieuwbouw bezig was. Midden 2016 werd het allemaal beklonken en als bonus verwierf Adventicum ook nog het recht om de woningen, indien het dat wenste, later aan de zittende (nieuwe) huurders te verkopen.

Een jaar later, toen Heijmans de boel gerenoveerd had, verkocht Adventicum zijn bezit aan geldschieter Rubens Capital Partners, gevestigd op de Amsterdamse Zuidas en het Canadese bedrijf Capreit, die de woningen via een Nederlandse vestiging zou gaan verhuren. Adventicum had toen de boel voor 29 miljoen opgeknapt en verkocht het voor 51 miljoen. De prijs van de woning steeg zo van 115.000 naar 203.000 euro. Tel uit uw winst. De huren werd vastgesteld op 850 a 1.000 euro per maand en bleken al snel geen huurder tegen te houden. De volgende winstronde ligt natuurlijk bij de verkoop van de appartementen. 50 à 100 duizend euro’s per stuk lijkt geen gok.

Iedereen gelukkig dus, vooral het systeem dat we kapitalisme noemen. Maar het zou natuurlijk heel wat socialer zijn geweest om de woningen casco (inclusief renovatie van het gebouw zelf) aan potentiële kopers aan te bieden, gelijk bij Kleiburg gebeurde. Hoewel beide renovaties onvergelijkbaar zijn, betaalde de nieuwe Kleiburger ook zo’n bedrag als 115.000 of minder als het om een kleine woning ging. Vanzelfsprekend wordt op deze manier evenzo het kapitalisme gespekt. Iedere eigenaar van een Kleiburg appartement haalt immers bij verkoop gemakkelijk 50% of meer winst op zijn aanschafprijs. Maar goed, dat past bij een normaal functionerende markt. Op Kanaleneiland is een ander spel gespeeld en dat met behulp van een SP-wethouder.

Gelukkig staat nu ook vast, dat de verguisde hoogbouw-meuk van de wederopbouw kapitaal vriendelijk is geworden en de sloopkogel kan afkopen.