Categorie archief: Geen categorie

Shebang#!: op weg naar een verbeterd paradijs

Het mag duidelijk zijn, dat wij het in deze tijden niet meer redden zonder kunstenaars. De kunstwereld heeft dat vastgesteld. Zonder kunst geen verlossing.

En zo verwelkomen wij in Zuidoost ‘Shebang#!’, een begrip (shebang) dat verwijst naar alles wat je moet doen om iets voor elkaar te krijgen, en via ‘#!’(de verkorte schrijfwijze van shebang) naar het startpunt van die operatie. Toen het woord in Amerika werd uitgevonden, betekende het gewoon een ‘rustiek huis’ of een ‘hut’.

Shebang draait de eerste drie maanden van zijn bestaan om vijf kunstenaars uit de UK en NL met voorouders uit de koloniën. Hun broodheren zijn het CBK Zuidoost, Imagine IC en BijlmerParkTheater. Hun opdracht aan de door hen gecontracteerde ‘makers en denkers’ is om binnen het thema ‘Radicale (!) Ruimte’ te bedenken hoe wij (het volk) onze relatie met onze bestaande ruimte kunnen dekoloniseren en wij tegelijkertijd nieuwe vormen van gastvrijheid, ontmoeting en samenzijn krijgen aangereikt.

Hoera, dachten wij, straks zijn we geen kolonie meer, maar vervolgens keken we elkaar verschrikt aan: “Wie is onze koloniale machthebber, die onze ruimte heeft ingepikt?” We wisten het niet, maar ach, dat van die radicale ruimte snapten we ook al niet, dus het zou wel goed zijn, want waar heb je anders mensen voor, die betaald en wel voor jou mooie dingen bedenken. Op naar het nieuwe samenzijn, als het maar niet teveel moeite kostte, de instructies simpel en kort waren en iedereen mee zou doen.

Vrijdag 11 juni was het zover. Onze nieuwe manier van omgaan met ruimte werd aangevat op het K-plein, naast de Karspeldreef en haaks op het metrostation. Poernima Gobardhan staat om half zes ‘s middags klaar voor een dans. Met haar bewegingen wil ze ook bijdragen aan ‘het palet van bestaande verhalen’, zo staat op de website van Shebang geschreven. Voor een klein publiek van enkele organisatoren, wat voorbijgangers, die her en der plaats nemen, en ingehuurde fotografen scheert ze dansend, huppelend, rennend en met de hakken klakkend over de tegels van het plein, soms uit het zicht verdwijnend, omzwermd door de fotografen. Ze verkent de ruimte zou je kunnen zeggen, bemeet haar en proeft haar, de okergele rok tot aan de voeten waaierend rond de benen. De organisatoren juichen blij: prachtig die lijnen die ze maakt tegen de achtergrond der gebouwen. En ze merken op dat het weinige publiek het blijkbaar apprecieert, hoewel soms fietst er iemand stug doorheen. Zo leuk.

Er gaat de komende drie maanden dus meer komen. Wat weten we niet, maar er zijn teksten van de vier overige, jonge kunstenaars, waar je een zekere voorspellende waarde aan kan toekennen.

Zo zet Adama Delphine Fawundu (UK) in op identificatie, verbinding en gemeenschappelijkheid en zij herinnert ons eraan dat “Afrikaanse rituelen, gebruiken en kennis over zorg, heling en intimiteit een grote rol spelen in hip hop culture in de diaspora.”

Rohan Ayinde (UK) ziet er naar uit om samen met de andere kunstenaars een alternatief te bieden voor “de logica, structuur en orde die Zuidoost hebben gemaakt tot wat het nu aan het worden is.”

Smita gaat op zoek naar “methodieken binnen de hiphopcultuur die ruimtelijke uitwerkingen van socio-economische machtsstructuren omdenken.” En Deekman gaat iets doen met spiritualiteit, dans en natuur.”

Tja, wat moet je er van denken. Het zweeft nogal, en is zeker pretentieus. Je zou kunnen zeggen dat vanuit andere culturen getracht gaat worden de bestaande cultuur in Zuidoost op een ander fundament te zetten. Weg met de Nederlandse cultuur, die haar gemaakt heeft. En dat dan in coöperatie met bewoners, winkeliers en projectontwikkelaars, zoals wordt gezegd. Ook een mooi streven., al klapper je even met je oren. En het is natuurlijk een andere manier dan die kunstenaar Constant hanteerde met zijn bouwwerken voor New Babylon: een ongebonden, vrije wereld voor de mens die vooral wil leven. Constant moest bakzijl halen, net zoals de kunstenaars voor hem: de expressionisten en constructivisten van 1900-1940, die geloofden in de heilzame werking van kleuren, in oosterse spiritualiteit, vrije sex en het ware communisme. En onder hen waren architecten als Le Corbusier en Van Eesteren, die naar een heilstaat streefden middels het scheiden van de functies wonen, werken, verkeer en recreatie, waar de Bijlmer weer een product van was. Een stad met woongebouwen in het groen, gericht op zowel individualiteit als collectivisme, en gelijke woningen voor eenieder. Weg met het onderscheid tussen mensen. Dat is natuurlijk niet echt gelukt, maar anderzijds: juist dat uniforme, wijdse karakter van de Bijlmer heeft een open samenleving voort gebracht.

Shebang heeft er geen oog voor. En de vraag is dan: hebben wij kunstenaars dan wel kunstenaars in de rol van sjamanen nodig om ons vooruit te helpen en welk inspirerend perspectief hanteren we dan? Het moet in ieder geval meer zijn dan een doelstelling als het tegenhouden van de klassieke gentrificatie, zoals de organiserende clubs opeens uit de blue als target neerpennen, verwijzend naar de nieuwbouw op Amstel 111. Dat doel spreekt vanzelf. De Bijlmer Vernieuwing heeft al genoeg arme mensen verjaagd. Laat ons vooral gaan werken aan krachtige bewonersorganisaties.

De Bijlmer wordt opnieuw opgepoetst

De Bijlmermeer was bedoeld als de stralende woonstede van de na-oorlogse, zichzelf emanciperende werknemer dan wel kleine zelfstandige, die weloverwogen en met plezier een veel hogere huur dan normaal neertelde. Het werd de verguisde woonplaats van de overzee komende migrant, een getto naar men sprak, dat daarom dus gestraft werd met de sloop van 7000 appartementen: de beste woningen, die zijn nieuwe huisbaas hem ooit geboden had. Het gebeurde vanaf 1992 in het kader van de Bijlmer Vernieuwing, dat de Bijlmer moest verlossen van z’n armoe en verliesgevendheid.

Anno heden zijn we desalniettemin nog altijd het stadsdeel met de meeste ellende, want de harde kern aan armoede, werkloosheid, criminaliteit en laaggeletterdheid heeft zich ondanks sloop, nieuwbouw voor kopers en andere maatregelen prima weten te handhaven. Die kern huist met name in de oude Gliphoeve, nu bekend als Geldershoofd en Gravestein, en de anti-Bijlmers uit de jaren ‘70 en ‘80: Holendrecht west en Venserpolder. In deze twee buurten van Bijlmer zuid (later Gaasperdam) en noord – werden de gehate manco’s van de Bijlmer hoogbouw op voorhand bestreden met middelhoog (4-5 woonlagen), portiekwoningen, en parkeren op straat. En de huren waren er lager. Buiten genoemde kernen zijn er nog wat andere gebieden waar het aardig mis is, zoals de K- en H-buurt in de Bijlmer en Reigersbos in Gaasperdam.

Onze overheid gaat nu, vanaf ‘21, opnieuw een grootse poging wagen het stadsdeel van zijn ellende te verlossen, opdat over 20 jaar geen Zuidooster kind geen minder kansen heeft dan een gewoon, gemiddeld Amsterdams joch (of meid). Dat is althans de grote boodschap, maar als je het Masterplan goed leest, ontdek je dat het welzijn van dat kind ‘slechts’ een verwacht bij-effect is. En we moeten ook maar hopen dat dan minder kinderen in de Bijlmer in armoede opgroeien.

Men wil vooral een stadsdeel dat er niet langer negatief uitspringt, waar je zonder bezwaar kan wonen. En daartoe is dus een alliantie tot stand gebracht, van overheids instanties en organisaties op het gebied van onderwijs, welzijn, sport, wonen en kultuur. Er werd bovendien een programma-directeur aangesteld, waarvan nog niet bekend is of zij een troepen aanvoerder is met macht, geld en personeel of vooral een toezichthouder en verbinder. De klus gaat in ieder geval 20 jaar duren, tot 2040.

De cijfers van het Masterplan:

– 35% van de kinderen groeit op in armoede, 31.000 inwoners van de 90.000 totaal zijn jonger dan 27 jaar, en een groot aantal daarvan, zo’n 8.000, woont in een arm huishouden. 3000 van hen wonen in een eenoudergezin. Veel jongeren gaan ook het huis niet uit. 30% van de thuiswonende ‘jongeren’ is ouder dan 28 jaar.

– 32% van de bewoners is laaggeletterd, wat betekent dat zij veel zaken in het leven slecht of niet kunnen volgen. In Amsterdam noord is dat getal 29%, in west 20% en in zuid 9%

– Op de basisscholen zitten nu 6.765 leerlingen, waarvan er 3.950 worden omschreven als doelgroepleerling ofwel slachtoffer van maatschappelijke omstandigheden, een laaggeletterde ouder etc en daarom extra aandacht nodig heeft.

– Het voortgezet onderwijs kent 3.005 leerlingen, waarvan er 1.700 worden gekwalificeerd als probleemgeval ofwel doelgroepleerling.

– De werkloosheid is 17.1% tegen 13.2 gemiddeld Amsterdam; het aantal minimum huishoudens 23,9 % tegen 16.5 gemiddeld Amsterdam.

Verder voelen we ons in Zuidoost minder veilig, behuizen we de toppers op het gebied van de cokehandel en sporten we minder dan gemiddeld, terwijl het groen naar Amsterdamse begrippen overdadig is. Kortom: we zijn het weeskind van de hoofdstad, maar predikt de Alliantie: “Als we 20 jaar verder zijn en denken aan de bewoners van Zuidoost, dan denken we automatisch aan levenskracht, veerkracht en veelzijdigheid.” Zuidoost is inderdaad altijd bedolven geweest onder superlatieven, negatief of positief. We kunnen ze nu zelfs als voorspellende waarheid poneren. De Alliantie vindt bovendien dat we in 2020 reeds beschikken over een voor ons zo kenmerkende sociale cohesie. Ook dat is natuurlijk een leugen. We hebben vrede, dat is waar, maar gedeelde waarden en samenwerking?

Het Plan van Aanpak bevat nog weinig concrete maatregelen, zoals vier jongerencentra waarvan momenteel de eerste in de K-buurt wordt neergezet. We hebben geen idee welk beleid daar komt, maar in het verleden zijn alle jongerencentra vooral mislukt en geen overleefde.

Een ander reeds bedachte (maar nog niet bevestigde) maatregel is het reserveren van 25% nieuwbouw voor zittende bewoners, want men wil voorkomen dat bijvoorbeeld op Amstel 3 en bij Arena, samen 10.000 nieuwe woningen, een wijk ontstaat, die geen binding met het oude Zuidoost heeft. Die in eigen stadsdeel verhuizende bewoners zijn dus een soort zaad van het oude erfgoed, dat blijkbaar erg nuttig is, maar waarvan de kwaliteiten niet omschreven worden. De zaadbrenger kan dus iemand zijn die net in de Bijlmer woont of de Bijlmer haat. Naar buiten toe kan dit erfgoed-verhaal natuurlijk ook tegen je werken. Nieuwkomers kunnen het idee krijgen dat ze verplicht met ‘verkeerde buren’ uit het Bijlmer-verleden en heden geconfronteerd worden.

De 25% maatregel dient ook om niet studerende jongeren uit Zuidoost meer kansen te geven zelfstandig te gaan wonen, maar of dat zoden aan de dijk gaat zetten? De huur- en koopprijzen zullen dat in samenhang met inkomens voor een belangrijk deel gaan bepalen. Op dit moment maken de sub-modaal verdieners in ieder geval geen kans. En dat doen ze al jaren niet, want door de Bijlmer vernieuwing van 1992 zijn zo’n 8.500 appartementen door sloop en verkoop aan de sociale huur onttrokken, er kwamen slechts 2.500 nieuwbouw-woningen voor terug. Armoede en ellende moesten tenslotte zoveel mogelijk uit Zuidoost verdreven worden. Gelukkig stelt het huidige college met SP en Groen Links weer belang in sociale huur. Zo moet 40% van de nieuwbouw de komende jaren uit sociale huur bestaan, Het lijkt echter gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de 2000 appartementen die tot heden door Our Domain in Zuidoost, Amstel 3, zijn (worden) opgeleverd vallen daar allemaal buiten. Tegelijk wordt het idee achter de Bijlmer Vernieuwing van ‘92 voortgezet om de armoede bevolking te verdunnen met meer opgeleid (!) en beter verdienend, zoals ook het doel van de pracht- en krachtwijken was. Zo wil men ten koste van de armen de inkomensgrens voor sociale huur een aantal jaren met 20% opplussen om meer loon scorende burgers naar Zuidoost te halen. Het is echter nog nooit aangetoond dat armen daarmee geholpen zijn, zoals de overheid altijd graag rond bazuint.

Men had ook op voorhand kunnen stellen dat de 60.000 nieuwe bewoners, die men de komende 20 jaar in Zuidoost verwacht het armoede probleem zodanig verdunnen, dat alles onder controle lijkt en er eigenlijk geen masterplan nodig is. Dit alles natuurlijk wel onder voorwaarde dat die nieuwe inwoners niet laaggeletterd zijn, enz.

De armen kunnen zich onderwijl warmen aan pracht omschrijvingen van hun woongebied, die het Masterplan met veel plezier opdist, hoewel zij dat plan zeer waarschijnlijk nooit zullen lezen. Er staat geschreven: “Heel Nederland kan van Zuidoost leren hoe je een inclusieve en diverse samenleving opbouwt” en “Hoe er in Zuidoost wordt samen geleefd en gewerkt is uniek.”

Boom danst niet mee

Op de eerste zondag van oktober, 28 jaar geleden, stortte zich een vliegtuig in de Bijlmer. Het bracht ons doden en een nieuwe toekomst. En Stadsdeel Zuidoost, toen 5 jaar oud, mocht bewijzen wat het kon, hoewel de echte besluiten door de gemeente werden genomen. Ronald Janssen van de PvdA was in die tijd voorzitter van het stadsdeel en een paar dagen na die zondag vroeg hij Henno Eggenkamp met hem over het gebied van de rampspoed te lopen. Hopelijk konden zij met z’n tweeën een tijdelijke herdenkingsplaats bedenken. Dat lukte. Henno kwam met het idee van de boom, die alles zag, met aan de voet houten plankiers voor bloemen, foto’s etc. Het idee werd vervolgens door het stadsdeel uitgevoerd en de ‘boom die alles zag’ werd de ziel van het monument.

Nu, bijna 30 jaar later dreigt de boom een internationaal icoon te worden, want hij is in de race als de Europese Boom van het Jaar. De eerste voorverkiezing heeft ‘onze’ boom al gewonnen, die van Noord-Holland. Ze gaat nu op voor de landelijke verkiezing en dan, wie weet, op naar de Europese top.

Maar dat is natuurlijk allemaal van geen enkel belang. Een boom doet geen dansje als ie wat wint. Dat doet wel de dame die het circus gestart heeft: Helen Burleson Esajas, indertijd, in ‘92, ‘wethouder’ in het stadsdeel-bestuur en later door het stadsdeel aangezocht als voorzitter van de stichting Beheer Het Groeiend Monument. Dat doet ze tot heden, ja dat kan, ook als er geen prestatie tegenover staat. Zelfs de boom, die toch vooral zijn rust wil, begint er genoeg van te krijgen. Hij werd reeds in de stutten gezet.

In Kempering branden de kaarsjes voor nieuw geld

De symbolische / religieuze functie van een kaars is licht geven in de duisternis. Of God bedanken. Of naar boven doorgeven dat je denkt aan jouw dierbare daar hoog in het zwerk. Of de soldaten danken voor hun offer het leven te laten voor ons. Het vlammetje zelf staat weer symbool voor de ziel. Zo zijn er mensen die denken dat iemand sterft als de kaars dooft. Maar ga je 600 kaarsjes in rode houders gevat aansteken om van een garage afscheid te nemen dan imiteer je een veld van eer, waarmee je zij, die voor ons vielen, schoffeert. Een garage is slechts een constructie om auto’s op te bergen. Als je hem sloopt, gaat geen ziel, geen mens verloren. Het uiteindelijk vermalen beton komt terug als wegdek, de grond waarop hij rustte wordt houder van een nieuw leven.

Met het verdwijnen van een garage, in dit geval die van Kempering, gaat natuurlijk ook een andere, mogelijke toekomst verloren, beschreven in plannen die kansen zien in hergebruik van oude materialen en constructies. Die plannen werden echter weggevaagd, omdat de gemeente er niet in wilde geloven. Zij voorzag meer financiële opbrengst door grondexploitatie met nieuwbouw van huizen dan wel bedrijven. De oude ziel van de Bijlmer, zoals de in beton gegoten flatgebouwen en daarbij behorende hoge wegen en garages, was voor haar slechts een spook uit een verleden, toen politici, architecten, ambtenaren en burgers droomden van een nieuw heil brengend concept van samen wonen. En nog erger, het was een ontzettend vervelende kostenpost, een miskleun van jewelste, hoewel vele kinderen, die daarin opgroeiden, de heimwee blijvend voelen.

We leven nog altijd in het tijdperk van de gebiedsontwikkeling, waarbij de opbrengsten een alles overheersende rol spelen. De eeuw van groei: steeds hoger, steeds meer, nooit genoeg. De sloop van garage Kempering werd ook een project van erfgoed, waarbij niet de ziel van het gebouw centraal stond, zijnde een onderdeel van de oude Bijlmer, maar de kansen die het bood om allerlei projecten te organiseren, die voorzagen in het levensonderhoud van betrokkenen. Iets is tenslotte alleen van waarde als je er wat mee kan verdienen, zoals ook de sloper zelf zal beamen.

Het was dus vanavond 20 mei een plechtige her- en gedenking in coronatijd, waardoor slechts enkele tientallen mensen konden deelnemen, de bewoners van de buurt uitgezonderd. Het was strikt voor genodigden, met daarbij wel een ‘wethouder’ en een lid van de bestuurscommissie stadsdeel. Vanuit de nog bestaande pinkstergemeente in het gebouw mochten de 30 uitverkorenen een 30 kaarsen brengen naar het veld van eer en werden begeleid door een bazuinorkest, in Suriname altijd van dienst als er een begrafenis is. Er was ook een eindeloos optredend amateurkoor met geestelijke liederen in een taal en melodie, die alleen Ghanezen machtig zijn. Het was een gedenkwaardige avond. De kaarsjes kunnen uit.

De villa’s van Gaffar

de moskee van Haffmans, 1985

Op 10 april jl. verscheen er in Het Parool een gedenk-artikel over de overleden voorzitter van de Taibahmoskee op Kraaiennest: Muhammad Gaffar. Hij werd geprezen als de bouwheer van het gebedshuis uit 2006, dat bovendien was uitgerust met een winkel, een bibliotheek en een drukkerij. Ik heb ze bij mijn bezoeken aan de moskee nooit gezien. Ik zag op de begane grond wel een keuken en een grote, betegelde, vooral nogal lege ruimte voor allerlei bijeenkomsten.

De moskee van Gaffar was ook niet de eerste. De eerste moskee, op dezelfde plek, werd opgeleverd in 1985 dankzij een rijke sjeik uit Pakistan. Het was een bescheiden, minimalistisch gebouwtje, prachtig in al zijn eenvoud naar een ontwerp van architect Paul Haffmans die eerder in de Bijlmer de sociaal-culturele wijkaccommodatie Ganzenhoef tekende. Dit gebouw onder garage Gliphoeve zou nooit tot leven komen, omdat de gemeente botweg weigerde er veel tijd en poen aan te spenderen. Het kreeg een roemloos einde in de jaren ‘90 toen de Bijlmer met veel sloop op de been werd gehouden. De moskee van Paul werd later vergruisd omdat het gebouw te klein werd. De nieuwe moskee was niet alleen veel groter, maar ook traditioneler, geen Hollands ontwerp in de stijl van het nieuwe bouwen, maar een soort replica van de alom als moskee herkende gebouwen uit de Orient.

Droomzone nr. 11

Gaffar laat nog een erfenis na: de twee grootste villa’s in de Droomzone, een strook bebouwde grond aan de ‘sGravendijkdreef tussen Kantershof en Groenhoven, met in de rug de villa’s van Geerdinkhof, enkele scholen en het seniorencomplex De Garstkamp. Het is een project van toenmalig wethouder Emile Jaensch uit 2010-2011, dat de Bijlmer moest voorzien van luxe woningen, die de kopers naar eigen behoeften mochten bouwen. Het stadsdeel deed niet veel meer dan grond uitgeven en wat minimale eisen stellen, zoals een gemetselde muur rond tuin en huis en een 3de etage die niet groter mocht zijn dan de helft van de beschikbare oppervlakte.

Het werd een moeizaam project, want de verkoop cq bouw ging stroef en de kleinere villa’s zijn tot dit moment nog bezig met de afbouw. De twee naast elkaar gelegen villa’s van Gaffar werden vrij snel neergezet, maar bleven jaren steken bij onaf. Het raakte wel bekend dat de huizen voor twee dochters van Gaffar bestemd waren, maar waarom werd er dan niet doorgebouwd en ingericht en hoe zat met de regel dat in Amsterdam een woning niet langer dan een half jaar leeg mocht staan. Op zeker moment kwamen er echter weer bouwvakkers langs, werd er puin weggereden, stond er wel eens een auto, gingen er spullen naar binnen en werden tenslotte beide villa’s dicht getrokken met flashy gordijnen en luxaflex. Daar bleef het bij. Er ontbreekt tot heden een huisnummer op de linker villa. Je herkent geen echte voordeur, je ziet onkruid groeien tussen de volledig betegelde grond rond het huis en bij de rechtse villa staat een auto onder het afdak. Verder geen spoor van leven.

Het begon met een leeg stationnetje

Bijlmer museum krijgt regelmatig aanvullingen voor collectie en archief. Zo waren er drie dozen met plakboeken en tientallen dia’s uit de tijd dat de Bijlmer werd opgespoten en oude boerderijen werden gesloopt. Er kwamen foto’s uit de beginperiode van Gliphoeve en we kregen allerlei materiaal uit de nasleep van de Bijlmerramp. Binnenkort hopen we te starten met een verdere archivering van alles wat we in bezit hebben. Onderstaand nog een drietal foto’s die we opgestuurd kregen van een oud-bewoner. Het onderwerp is het trein- annex metrostation op de route Amsterdam-Utrecht. Op de onderste foto ziet u het station in 1975, daarboven volgt een foto uit 2002 toen het inmiddels aangekleden station werd gesloopt om plaats te maken voor een internationaal station bij de Arenaboulevard, foto 1. Zonder overstap reis je nu naar Schiphol, noord en zuid Nederland en stap je op voor metrolijn 54. Het doet recht aan het grote kantoorgebied Amstel 111/Bullewijk, het Johan Cruijff-stadion en de eveneens aan de boulevard gevestigde cultuur- en entertainment-bedrijven als de Ziggo Dome en de Pathé bios met bijbehorende hotels en restaurants.

Die hotels, hostels, café’s en restaurants zijn deels ook gevestigd in kantoren op het gehele gebied, die in de loop der tijd hun oude functie verloren. Inmiddels is men gestart met de bouw van duizenden appartementen op de locaties van gesloopte en te slopen kantoorgebouwen, te verwijderen autowegen en altijd leeg gebleven terreinen. De hoop is dat tzt een honderdduizend nieuwe bewoners naar de Bijlmer komen, waar inmiddels al zo’n 90.000 mensen wonen.

Garage Kempering: icoon van onze geschiedenis

Ooit had ieder flatgebouw in de Bijlmer zijn eigen garage. Op dit moment zij er nog een paar in gebruik: Gouden Leeuw, Groenhoven (koopflats), Hakfort, Hoptille, Haardstee en Hogevecht. En daarnaast staat er nog Kempering: een zwaar aangeslagen gebouw dat op zijn doodsklap wacht of toch nog een nieuwe toekomst tegemoet gaat. Onderzoek en politieke wil moeten uitmaken of het gebouw voor niet al teveel geld te hergebruiken is als bijvoorbeeld woonlocatie en huisvester van sociale en culturele projecten. Het beton dat er nu staat, moet een zodanig financieel voordeel opleveren, dat er voorzieningen mogelijk worden, die met nieuwbouw niet gerealiseerd kunnen worden. En het gaat dan om voorzieningen als bijvoorbeeld een museum, een bios op het dak, een horecatent en een parkeerlaag, die de buurt meer leven schenken. Het onderzoek is overigens al vele jaren bezig en heeft tot heden alleen negatieve, al dan niet politiek gestuurde uitkomsten opgeleverd. Op dit moment loopt er dus een ‘laatste’ onderzoek, dat moet leiden tot een besluit, dat uitgevoerd wordt. En dat besluit stond al voor 2014 gepland.

In de K-buurt zijn er in ieder geval bewoners die het lelijke, vervallen monster het liefst zouden slopen. Het is volstrekt onduidelijk waarom ze niet een mooi plan zouden willen omarmen, dat de buurt een karakteristiek gebouw oplevert en de buurt opkrikt. Andere bewoners willen het gebouw wel behouden als het maar niet ten koste gaat van een zogenaamd bruisend plein bij het metrostation. Het actiecomité ‘Hart voor de K-buurt’ maakt zich daar sterk voor.

Er is nog een belang dat speelt: de waarde van de garage als cultureel erfgoed. De garage hoort tenslotte bij een roemrucht verleden van een Stad van de Toekomst, zoals de Bijlmer ooit betiteld werd, waar een hoofdrol werd opgeëist door halfhoge wegen en daarop aangesloten garages. Samen moesten zij ervoor zorgen dat het ‘maaiveld’, het park rond de flatgebouwen, zo veilig, zo ruim en sociaal mogelijk was. Het is een idee dat inmiddels grotendeels gesloopt is, maar de oude structuur van de Bijlmer is nog altijd zichtbaar. Kijk naar de verhoogde metrobaan in het Bijlmer Museumgebied, kijk naar het groen dat gebleven is en kijk naar de ligging van de dreven.

Het behoud van een oude garage, en Kempering is daarvan een uitstekend voorbeeld, houdt dus ons verleden in stand. En het draait dan niet alleen om een verleden met bouwwerken en een bepaalde stedebouwkundige structuur, maar ook om herinneringen van mensen die in de oude Bijlmer woonden en opgroeiden. De garages waren meer dan betonnen dozen waar je auto’s in opborg. Er zaten op zeker moment ook bedrijven en voorzieningen in, zoals restaurants; ze fungeerden als expozalen voor grote kunstmanifestaties; ze waren jachtgebieden van junks en dieven; je kon er spelen; je kon er een kerk in bouwen (in Kempering huist trouwens nog altijd een Pinkstergemeente); en in een ver verleden voerden bewoners harde acties tegen het betaald parkeren in de garages. Ze waren ook beangstigend omdat ze zo vuil en leeg waren, want in de Bijlmer waren altijd veel te weinig auto’s om de garages te vullen. Ons stadsdeel heeft zelfs vergeleken tot de andere stadsdelen in Amsterdam tot heden het minste aantal voertuigen per bewoner.

De garages zijn dus een essentieel onderdeel in onze geschiedenis, zoals een oude boerderij in een dorp, waarin nu een hip restaurant zit, een leeg gelopen kerk, een molen aan de waterkant. Kempering moet dus behouden blijven, het liefst met een parkeerlaag en een plek om aan je auto te sleutelen.

Laatste nieuws. Donderdag 7 november 2019 was er een soort officieel afscheid van de garage, die toch in de komende jaren gesloopt zal worden. Een select gezelschap kwam daarvoor bijeen om elkaar nog wat te vertellen en de garage zelf te bezoeken. De Ghanese kerk krijgt na de sloop een nieuwe ruimte op het vrijkomende terrein. Een verhaal over het afscheid vindt u op de website ‘Metro in de Bijlmer’.

Eindelijk komt de maquette van Nassuth naar de Bijlmer

Het Bijlmer Museum organiseert vanaf vrijdag 16 november een bijzondere expositie over alle plannen die te beginnen met Siegfried Nassuth (SO) voor de Bijlmer gemaakt zijn. De maquette die in 1965 door Stadsontwikkeling gemaakt werd, zal nu voor het eerst in de Bijlmer te zien zijn. daarnaast hebben we maquettes van Adriaan Geuze / West 8 voor een nieuwe inrichting van het Bijlmer Museum gebied, niet gerealiseerd; van Donald Lambert / Urbis, ten dele gerealiseerd en van Rem Koolhaas / OMA, die ook naar de studio terug mocht. We hebben tekeningen, affiches, foto’s, video’s, dvd’s, boekjes en bladen. Daaronder ook een schilderij van David Veldhoen, gemaakt van het door hem ontworpen drive-in theater in garage Gliphoeve en de tekening van Joep van Lieshout met zijn idee voor Kleiburg. Het is een ontwerp uit 2001. Van Lieshout zet onder meer een kerk op het dak en plaatst een elektrische kartbaan in de garage, met op het dak een camping. Fraai en intrigerend zijn ook nog de ontwerpen van ANA voor Geldershoofd en de maquette van Karres en Brands voor het Anton de Komplein.  Volg de laatste informatie op onze FB site van het Bijlmer Museum.

De expo loop tot 15 januari 2019 en is open van donderdag t/m zondag tussen 13 en 17 uur, verder op afspraak. Rondleidingen in het museum en de Bijlmer zelf zijn mogelijk. Contact: bijlmermuseum@gmail.com

nassuth opening

De Bijlmer Opera

In het Bijlmer Museum draait momenteel de expositie ‘Bijlmer Concrete‘ (zie bericht hieronder). Deze expo wordt op zondag 28 oktober a.s. afgesloten met een bijzondere gebeurtenis: de première van De Bijlmer Opera. Deze opera werd eind jaren ’90 gemaakt door componist Jacques Bank en zijn broer Fer als librettist. In januari 2000 draaide de opera een 12-tal druk bezochte voorstellingen in theater Bellevue, met drie zangers, het Orkest De Volharding en een groot koor.

Tot een speeldatum in de Bijlmer kwam het nooit. Een reden was dat het stadsdeel-bestuur het niet op de opera begrepen had. Hij was tenslotte kritisch en het stadsdeel-bestuur vond het bovendien niet te pruimen dat er geen ‘zwarte mensen’ mee deden. Om die reden weigerde het stadsdeel ook elke medewerking, zoals het ter beschikking stellen van video- en filmmateriaal.

Op 28 oktober zal er niet live gespeeld worden. We draaien een video-opname van de gehele opera, in totaal een uur. We beginnen om 16 uur. Jacques en Fer Bank zijn aanwezig en met hen kan na afloop gepraat worden. En als je zin hebt, kan je daarna ook nog mee-eten. Op het menu ‘captains dinner’, 8,50 per persoon. Meldt je aan, voor zowel het zien van de opera als het eten, dat kan via: bijlmerm@xs4all.nl

Bijlmer Concrete annex Bijlmer Art

Het Bijlmer Museum opent 6 oktober om 16 uur een bijzondere expositie met werk van in de Bijlmer woonachtige kunstenaars. Twee van hen – Fer Bank en Rogier Wagenvoort – maakten grote Bijlmer series. Bank deed dat met het digitaal bewerken van Bijlmer foto’s, een serie van 100 die hij op een monitor afspeelt. Hij maakte er ook een groot boek van.

Rogier Wagenvoort schilderde met veel liefde de Bijlmer flats in een (foto) realistische stijl, met aandacht voor onopvallende bijzonderheden. Hij documenteerde ook de sloop en de graffiti, die op het te slopen beton verscheen. 

De expo duurt tot en met de laatste zondag van oktober, woensdag t/m zondag van 12 tot 18 uur.  De locatie is BijlmerMuseum / vh de Nachtegaal, Grubbehoeve 38, vlakbij metrostation Grubbehoeve. In een aparte ruimte kunt u ook nog de vaste expositie van ons museum bezoeken, compleet met archief, video’s en bijvoorbeeld een brokstuk van het El Al Vliegtuig.