Categorie archief: Geen categorie

In de Bijlmer gloort een nieuwe Stad van de Toekomst

Toen de Jordaan nog de krottenwijk van Amsterdam was, net zoals bijvoorbeeld de Haarlemmer Houthavens, de Kinkerbuurt en de Pijp, volgestouwd met armoe lijdend werkvolk, had je als bewoner van zo’n buurt alleen zicht op een hogere status als je bijvoorbeeld zanger was: Johnny Jordaan of Willy Alberti of André Hazes. Met dank aan de opkomende radio en tv konden zij vanaf de jaren ‘50 uitgroeien tot beroemde Nederlanders, want wie anders dan zij konden het verdriet van ons bestaan vertolken. De vloek van een minderwaardig persoon zat in hun botten.

In de jaren ‘70 werd de befaamde, Amsterdamse krottenwijk op gevolgd door de Bijlmer, hoewel bedoeld als een stralende, nieuwe stad van de werknemer met stropdas en auto. De ‘stad van de toekomst’, de nieuwe parel van Amsterdamse woningwetbouw, werd verguisd omdat hij was opgebouwd uit anonieme, gelijkgeschakelde ‘konijnenhokken’, hoewel de huur appartementen de ruimste en modernste waren die de stad ooit voor zijn bewoners bouwde, 2 tot 3x maal zoveel in huur zo duur als in de binnenstad of Nieuw West, met een overvloed aan lucht, ruimte en park: het gemotoriseerde, luidruchtige en stinkende vervoer veilig en ver weg op 3 meter hoogte.

De Bijlmer werd het getto van Nederland, omdat de enorme leegstand huisvesting gaf aan eenieder die elders in Amsterdam geen ruimte kon vinden en/of niet getolereerd werd. De gewenste bewoners vonden het veelal te duur en keken uit naar de goedkopere woningen, die in de jaren ‘70 buiten Amsterdam in Lelystad, Almere en gemeenten in Noord-Holland ontwikkeld werden. En daar was ook veel aantrekkelijke laagbouw te vinden: een huisje met een tuin in een rustige straat.

Met hulp van huursubsidie, onderverhuur en bedrijfjes aan huis werd de Bijlmer de hoofdstad der ongewensten: de uit Suriname en de Antillen migrerende Nederlanders met een andere huidskleur, de alleenstaande homoseksuelen, de vluchtelingen dan wel arbeidsmigranten uit Polen, Chili, Iran, Ghana, Bangladesh, Sri Lanka, Nigeria enz.

Verjaardagsfeest Hilly Axwijk

De Bijlmer werd een ‘stad van aankomst’, een migrantenstad, een derde wereldstad, waarop etiketten werd geplakt als: crimineel, junkenhol, dievenbende, gevaarlijk en niet te vergeten vervaarlijk ‘zwart’. En de migrant, die het maakte, vluchtte als het even kon de witman achterna, naar Flevoland of welke plek ook waar je niet langer met de Bijlmer geassocieerd werd.

Het is inmiddels 30-40 jaar later. De oude Bijlmer met z’n hoogbouw is vanaf ‘92 voor 60% gesloopt, ze werd vooral vervangen door laagbouw met tuin en auto voor de deur. Daarnaast werden nog zo’n 1500-2000 hoogbouw-appartementen verkocht, in Grubbehoeve, Kleiburg, Kikkenstein, Hoogoord, Florijn enz. Minimaal 35% van de bewoners werd alzo gedwongen te verhuizen naar elders in de stad. En niemand weet hoeveel van hen daar beter van werden. 65% van de ‘gesloopten’ vond opnieuw een appartement of een koopwoning als ze daarvoor het geld hadden in de Bijlmer zelf of in andere delen van Zuidoost zoals Venserpolder en Holendrecht. Het gevolg was ook dat veel mensen geliefde buren, dicht bijwonende familie en netwerkjes verloren. De energieke en vrolijke jaren ‘80 waarin we ondanks alle ellende een gemeenschap vormden, waren voorgoed voorbij. We belandden in een nieuwe Bijlmer, een veel saaiere Bijlmer, steeds wat netter, steeds meer opklimmend in persoonlijk inkomen (de zgn gentrificatie) en minder afschrikwekkend, maar nog altijd met het teken.

Stadsdeelvoorzitter Elvira Sweet. Amsterdam Zuidoost

Er stonden vanaf ‘98 ook politici op, met name Surinaamse, die ons immer gedeukte imago gingen opvijzelen met leuke dingen, zoals prijzen voor de beste renovatie van een flat; het binnen halen van kunstwerken; het verlenen van velerlei prijzen, oorkondes en diploma’s aan het door de buitenwereld zo geminachte Bijlmervolk; en het verbouwen van een buurthuis op Ganzenhoef tot een ‘zwart Paradiso’ cq No Limit met veel aandacht voor talent-ontwikkeling. Onze ‘burgemeester’ uit die tijd, Elvira Sweet, was er immers van overtuigd, dat haar volk dansen en zingen in het bloed had. Ooit zou een lid van hen, onze eigen André Hazes, de Arena vullen. De Bijlmer moest vooral een stralend voorbeeld worden van wat Afro-Surinamers vermogen, en velen klapten met haar mee. En om die blaka foto (zwarte stad) te verankeren werden naar een eerste initiatief van Groen Links straten en pleinen naar Surinaamse en ook Antilliaanse helden vernoemd en kregen veel later nieuwe buurtjes Surinaamse namen als Mi Oso (mijn huis) en Switi (zoet cq ijslollie)). Anton de Kom, de grote strijder tegen slavernij, werd opnieuw ontdekt en op het schild gehesen en kreeg naast een beeld op een naar hem vernoemd plein bovendien een mural. Voordien kwam al, dankzij een invloedrijk familielid, een beeldje van een voormalige Bijlmer inwoner, die in het Surinaamse elftal speelde en met vele collega’s het slachtoffer werd in de grootste, Surinaamse vliegramp nabij Zanderij. In Het Parool werd vanaf zeker moment iedere Surinamer met een zekere faam binnen zijn gemeenschap na zijn overlijden door Patrick Meershoek in de schijnwerper gezet. Ritselaar Roy Ristie verdiende niet lang geleden bij zijn plotse dood een staatsbegrafenis door het stadsdeel.

Helaas voor Elvira bracht broedplaats No Limit geen nationale sterren voor, ze werd uiteindelijk vooral een hangplek voor mannen, en ook Orville Breeveld wist ons onlangs in juni met zijn show ‘From Southeast with love’ in het Concertgebouw niet te overtuigen dat ‘wij’ uit de Bijlmer cq Zuidoost als de besten kunnen zingen en musiceren. Hij bereikte wel dat in het eigen circuit opererende groepen als La Rouge en Black Harmony samen met de Bijlmer een nationaal podium kregen. Het programma werd bovendien driemaal op de buis vertoond. Hulde voor hem, BLM en ons imago. En natuurlijk ook voor Humberto Tan, die een glanzende carrière maakte, hoewel hij dat als kind van de Bijlmer nooit voor mogelijk had gehouden, zoals hij afgelopen zondag in Zomergasten vertelde.

En zo gaan we beetje bij beetje vooruit, al zijn we nog altijd het grootste zorgenkindje van Amsterdam qua werkloosheid, laaggeletterdheid, criminaliteit en stemgedrag. We hebben buurten waar bij wijze van spreken niemand stemt. De macht voor een betere toekomst ligt mede bij een club Surinaamse vrouwen, die namens ons stadsdeel sleutelposities innemen bij de realisering van het door de gemeente geïnitieerde Masterplan. Over 20 jaar moeten we er 35.000 woningen bij hebben, is kantorenwijk Amstel 111 plus Arena-gebied gemengd met woontorens en is hopelijk de ultieme doelstelling bereikt, dat geen Bijlmerkind minder kansen heeft dan welk (Nederlands) kind ook. Als dat lukt, kunnen we over 20 jaar vaststellen, dat alle armoe en andere ellende ons landje uit is. Het zal een wereldwonder betekenen, maar het geloof daarin is er. De masterplanners spreken niet voor niets over een nieuwe Stad van de Toekomst.

Rond 1970: de eerste Stad van de Toekomst verrijst.

Herontdek de collectieve ruimte

In opdracht van Wouter Pocornie/Black Archives onderzochten een viertal duo’s de mogelijkheden om de Bijlmer/Zuidoost stedenbouwkundig zodanig te vernieuwen, dat de huidige en komende bevolking meer aan z’n trekken kan komen. Op zoek dus naar aanpassingen van het oude ontwerp en het huidige bouwprogramma, ofwel hoe bouw je een samenleving waarin eenieder zich zoveel mogelijk senang voelt en je dus ook rekening houdt met alle culturen die de Bijlmer zijn ingestroomd.

Het leverde in ieder geval een aardig idee op: het vergroten van gemeenschappelijke (buiten)ruimte, omdat het leven meer is dan je terug trekken in je eigen woning, zeker als die woning alsmaar kleiner lijkt te worden. En dat gebeurt momenteel op Amstel 111 waar het gros van de nieuwe, in torens gestapelde appartementen niet groter is dan 20 – 45 cq maximaal 70 m2.

In de oude Bijlmer van Nassuth vond je bijna uitsluitend drie- en vierkamerwoningen van 72 en 96 m2 grootte, plus wat kleinere 2-kamer appartementen. In de oude H-buurt bevatten de gebouwen ook 6-kamer woningen. Het was allemaal sociale huur. En oorspronkelijk zou de 4-kamer woning een grootte hebben van 120 m2 met een balkon van 2 meter breed (werd 1,5) maar dat stond de Nederlandse staat niet toe en de gemeente kon het niet bekostigen. Men was natuurlijk helemaal niet gecharmeerd van Nassuth’s idee, dat iedereen recht had op een 4-kamerwoning. Hij wenste geen verschil tussen een alleenstaande of een gezin, want de een had kinderen, de ander een paar honden of andere hobby.

park bij Groeneveen

Het plan van Nassuth bracht niet alleen grote woningen, ruimer dan tot dan in de sociale huur de gewoonte was, maar voorzag eveneens in een enorme oppervlakte aan gedeelde ruimte: de grootse parkruimte tussen de flatgebouwen plus de gezamenlijke bewonersruimten in de binnenstraat van de gebouwen met daarnaast bewoners-paviljoens in het groen. Buitendien was die op 1-hoog gelegen binnenstraat behoudens de collectieve ruimten, liftschachten, een dokterspraktijk en wat winkeltjes over de hele breedte en lengte van de flat een open verblijfsgebied met trappen naar het park. Gebrek aan geld deed het idee van binnenstraat en paviljoens sneuvelen. De binnenstraat die restte was een grauwe gang naar huis, en de collectieve ruimte in die binnenstraat was veelal niet meer dan wat aaneen gesloten woningen.

Het idee om de gemeenschappelijke ruimtes opnieuw te introduceren om alzo het woon- en leefgenot van de in ieder geval te klein behuisde appartement-huurder te vergroten komt van de architecten Paul Kuipers en Maarten Vermeulen. Ze werden niet alleen geïnspireerd door Nassuth c.s., maar ook door het Russische architectenteam van Ivan Leodinov, die eind 1920 een plan indiende voor de nieuwe stad die Stalin in Siberië wilde realiseren: Magnitogorsk, een stad die maar één product zou moeten leveren: staal. Reden: in het geplande gebied was ontzettend veel erts te vinden en staalfabrieken waren nodig om van een agrarisch land, dat Rusland was, uit te groeien tot een industrieel land dat met Amerika kon wedijveren.

de drie stroken

Leonidov bedacht het vierkant als basis van zijn stedenbouwkundig plan. Die vierkanten werden geschakeld in stroken: een strook links voor openbare gebouwen en leisure, een middenstrook voor glazen appartemententorens en woongebouwen van twee lagen en een derde strook voor scholen, parken, boerenland en speelplaatsen. Elke activiteit cq gebouw of een serie 2-etage woningen kreeg zijn eigen vierkant. En zo ontstond een soort oneindig, zichzelf herhalend, zeer leesbaar en geometrisch landschap, dat tegelijk gevarieerd was, met overal ruimte, doorzicht, licht en groen. Geen straatwanden. Het vierkant kwam ook terug in het twee etages tellende woonblok, bedoeld voor 16 mensen, twee per woning. Elke etage bevatte een kruis voor gemeenschappelijke activiteiten, in de vier overblijvende vierkante ruimten, op de hoeken dus, werden de privé-vertrekken voor de bewoners geplaatst. Het plan van Leodinov werd echter niet geaccepteerd. Er verscheen een Parijs-achtige stad, met een zeer brede, centrale boulevard, die op een bepaald moment nog uitdijt tot een immense cirkel.

vier woningen met collectieve ruimten

Geïnspireerd door Nassuth en Leonidov bedachten Paul Kuipers en Maarten Vermeulen het plan om alle woon- en kantoortorens op het nieuwe Amstel 111 te vervlechten met nieuwe, doorlopende stroken ofwel ruimtelijke zones voor allerlei voorzieningen als een kiosk, een buurthuis, een speelplaats, een galerie, een winkel, een café of moestuin. Ze vormen samen een groot netwerk van allerlei activiteiten waar je elkaar om allerlei redenen ontmoet en andere dingen kan doen dan thuis zitten. Een stedelijk leven aan de voet en tussen de torens, waar meer te beleven valt dan de vormgevers van Amstel 111 momenteel aanbieden: een parkje om te wandelen en wat winkels en andere voorzieningen onderin de torens.

Het plan komt voor Amstel 111 zeer waarschijnlijk te laat en hoe zou men het willen financieren nu bijna alle prijzen en deals vast staan. Het lijkt evenwel op zeker moment onontkoombaar dat bewoners, die tot tiny houses in een betonnen toren veroordeeld worden om meer ruimte gaan vragen: ruimte om te spelen, te doen en elkaar te vinden. De oude Bijlmer met zijn vele 3-kamerflats had uitkomst kunnen bieden, maar ja, die Bijlmer werd grotendeels gesloopt om de middenklasse een eengezinswoning met terras en tuin te kunnen aanbieden en alzo tot een nette plek uit te groeien.

Magnitogorsk zoals het werd

Gebruik website

Onder de foto vindt je de kopjes voor grote en kleine verhalen plus pagina’s met vooral foto’s. Klik erop. Op deze pagina start verder een lange sliert actuele berichten. Scroll naar beneden en je komt ze allemaal tegen. Je belandt ook bij info over het fysieke Bijlmer Museum, bij links naar ander Bijlmer nieuws en urls naar video’s. Actueel Bijlmer nieuws vindt je ook op https://bijlmerblog.com, en de FB-pagina’s Bijlmer Museum en Wonen in een museum.

De Verguisde Stad

Henno Eggenkamp, oprichter van het Bijlmer Museum, heeft een boek over de Bijlmer geschreven, getiteld: De Verguisde Stad. In dit boek beschrijft hij de ontstaans-geschiedenis van de Bijlmer, hoe de Bijlmer 60% van zijn originele hoogbouw verloor en gerenoveerd werd tot een meer alledaagse stad. Het werd een spannend en zeer informatief boek met bovendien bijzondere verhalen over de gebeurtenissen rond subcentrum Ganzenhoef, Gliphoeve en het Zwart Beraad. Van Stad van Aankomst naar Blaka Foto dan wel Bimre ofwel de Bims. Het boek is rijkelijk geïllustreerd en daarnaast voorzien van persoonlijke verhalen, aparte hoofdstukjes over zaken als de garages, historische documenten en een boekenlijst. In totaal 206 pagina’s op groot pocket-formaat.

Naast De Verguisde Stad verscheen De stormachtige levensloop van een utopisch woonpark ofwel de geschiedenis van de Bijlmer verteld in jaartallen ofwel alle belangrijke zaken op een rij. Het bevat ook een lijst met alle belangrijke gebouwen en de architecten daarvan. Dit boek op A4-formaat bevat 60 pagina’s en is volledig in kleur, met op bijna elke pagina wel een foto.

De boeken zijn te koop via https://www.mijnbestseller.nl/henno_eggenkamp

De Verguisde Stad kost 25 euro, de Bijlmer in jaartallen 15 euro. De Verguisde Stad is ook te koop in de boekhandel.

Folder ‘De verguisde Stad’

De ruimtelijke beleving van Zuidoost ofwel leve Amstel 111

Our Domain tegenover het AMC, foto Marcel van der Burg

Pakhuis De Zwijger, dependance Zuidoost, Amsterdamse Poort opende gisteren weer de schuifdeur: op het programma een discussie over de ruimtelijke beleving van Zuidoost, live bij te wonen en live te volgen op de eigen computer, via Salto en AT5.

In de studio: een paar volwassenen en een forse groep jonge stagiaires van een cursus of opleiding audiovisueel, waarvan een 5/6-tal een pizza lieten bezorgen. Aan de enorme tafel: Saskia Bosnie van Zuidoost City, Wouter Pocorni de architect, Ellen Nieuwboer – de bouwheer namens Amsterdam -, Sharon Amritpersad van broedplaats The New Amsterdam voor muziekmakers, Ebe Treffers van projectontwikkelaar Wonan en Ria Braaf-Fränkel, mede oprichter van WomenMakeSouthEast. Zij mochten telkens om beurt, met drie tegelijk, bij de tafel aanschuiven in een geregisseerd gesprek van totaal een uur olv Angelo Bromet.

Ze legden vooral uit wat ze voor hun eigen club en voor Amstel 111 deden. Geen discussie, nauwelijks een mening, kortom ze lazen hun pr folder voor en Pocorni zei dat je veel moest onderzoeken. Als enige had hij z’n flesje water ook niet op tafel staan, maar op de grond, waar hij het regelmatig van optilde om zich in te schenken, want hij wist een fles op tafel kan zorgen voor ongewenste bijgeluiden in een uitzending.

De ruimtelijke beleving van Zuidoost kwam dus nauwelijks aan bod, net zoals de vervolg vraag: hoe beïnvloedt de ruimtelijke beleving de leefbaarheid?

Een ding was echter zeker: Amstel 111 gaat er geheel anders uitzien dan de rest van het gebied. Het wordt een woon-werk-stad in de hoogte met een park op de Hondsrugweg: 5000 woningen, 40% sociale huur met kleinere appartementen dan in oude Bijlmer, 40% koop en premiehuur voor middenklasse prijzen, 20% vrije sector ofwel lekker prijzig. En als het lukt worden 25% van de betaalbare woningen voor zittende Zuidoosters gereserveerd, zodat er ook weer woningen in het stadsdeel leeg komen en zij voor Zuidoost behouden blijven. Het stadsdeel hoopt zo ook te bereiken, dat door hun komst Amstel 111 kennis maakt met het Zuidooster gevoel.

Kortom een uitzending om Amstel 111 te promoten en wij, de aanwezigen, mochten na de uitzending nog wat meepraten. Zo vroeg Hans Mooren geheel verbaasd waarom Amstel 111 – het gebied tussen het AMC en de Arena – nog niet tot Bijlmer West was omgedoopt, want dat zou het meteen bij Zuidoost behoren. Pocorni antwoordde, dat je er ook op een andere manier naar kon kijken, want Amstel 111 hoorde ook bij Amstel 11 en 1. De AMC- of Arena-wijk zou dus ook kunnen. Holendrecht Noord-West is ook een optie of H-kwadraat.

Shebang#!: op weg naar een verbeterd paradijs

Het mag duidelijk zijn, dat wij het in deze tijden niet meer redden zonder kunstenaars. De kunstwereld heeft dat vastgesteld. Zonder kunst geen verlossing.

En zo verwelkomen wij in Zuidoost ‘Shebang#!’, een begrip (shebang) dat verwijst naar alles wat je moet doen om iets voor elkaar te krijgen, en via ‘#!’(de verkorte schrijfwijze van shebang) naar het startpunt van die operatie. Toen het woord in Amerika werd uitgevonden, betekende het gewoon een ‘rustiek huis’ of een ‘hut’.

Shebang draait de eerste drie maanden van zijn bestaan om vijf kunstenaars uit de UK en NL met voorouders uit de koloniën. Hun broodheren zijn het CBK Zuidoost, Imagine IC en BijlmerParkTheater. Hun opdracht aan de door hen gecontracteerde ‘makers en denkers’ is om binnen het thema ‘Radicale (!) Ruimte’ te bedenken hoe wij (het volk) onze relatie met onze bestaande ruimte kunnen dekoloniseren en wij tegelijkertijd nieuwe vormen van gastvrijheid, ontmoeting en samenzijn krijgen aangereikt.

Hoera, dachten wij, straks zijn we geen kolonie meer, maar vervolgens keken we elkaar verschrikt aan: “Wie is onze koloniale machthebber, die onze ruimte heeft ingepikt?” We wisten het niet, maar ach, dat van die radicale ruimte snapten we ook al niet, dus het zou wel goed zijn, want waar heb je anders mensen voor, die betaald en wel voor jou mooie dingen bedenken. Op naar het nieuwe samenzijn, als het maar niet teveel moeite kostte, de instructies simpel en kort waren en iedereen mee zou doen.

Vrijdag 11 juni was het zover. Onze nieuwe manier van omgaan met ruimte werd aangevat op het K-plein, naast de Karspeldreef en haaks op het metrostation. Poernima Gobardhan staat om half zes ‘s middags klaar voor een dans. Met haar bewegingen wil ze ook bijdragen aan ‘het palet van bestaande verhalen’, zo staat op de website van Shebang geschreven. Voor een klein publiek van enkele organisatoren, wat voorbijgangers, die her en der plaats nemen, en ingehuurde fotografen scheert ze dansend, huppelend, rennend en met de hakken klakkend over de tegels van het plein, soms uit het zicht verdwijnend, omzwermd door de fotografen. Ze verkent de ruimte zou je kunnen zeggen, bemeet haar en proeft haar, de okergele rok tot aan de voeten waaierend rond de benen. De organisatoren juichen blij: prachtig die lijnen die ze maakt tegen de achtergrond der gebouwen. En ze merken op dat het weinige publiek het blijkbaar apprecieert, hoewel soms fietst er iemand stug doorheen. Zo leuk.

Er gaat de komende drie maanden dus meer komen. Wat weten we niet, maar er zijn teksten van de vier overige, jonge kunstenaars, waar je een zekere voorspellende waarde aan kan toekennen.

Zo zet Adama Delphine Fawundu (UK) in op identificatie, verbinding en gemeenschappelijkheid en zij herinnert ons eraan dat “Afrikaanse rituelen, gebruiken en kennis over zorg, heling en intimiteit een grote rol spelen in hip hop culture in de diaspora.”

Rohan Ayinde (UK) ziet er naar uit om samen met de andere kunstenaars een alternatief te bieden voor “de logica, structuur en orde die Zuidoost hebben gemaakt tot wat het nu aan het worden is.”

Smita gaat op zoek naar “methodieken binnen de hiphopcultuur die ruimtelijke uitwerkingen van socio-economische machtsstructuren omdenken.” En Deekman gaat iets doen met spiritualiteit, dans en natuur.”

Tja, wat moet je er van denken. Het zweeft nogal, en is zeker pretentieus. Je zou kunnen zeggen dat vanuit andere culturen getracht gaat worden de bestaande cultuur in Zuidoost op een ander fundament te zetten. Weg met de Nederlandse cultuur, die haar gemaakt heeft. En dat dan in coöperatie met bewoners, winkeliers en projectontwikkelaars, zoals wordt gezegd. Ook een mooi streven., al klapper je even met je oren. En het is natuurlijk een andere manier dan die kunstenaar Constant hanteerde met zijn bouwwerken voor New Babylon: een ongebonden, vrije wereld voor de mens die vooral wil leven. Constant moest bakzijl halen, net zoals de kunstenaars voor hem: de expressionisten en constructivisten van 1900-1940, die geloofden in de heilzame werking van kleuren, in oosterse spiritualiteit, vrije sex en het ware communisme. En onder hen waren architecten als Le Corbusier en Van Eesteren, die naar een heilstaat streefden middels het scheiden van de functies wonen, werken, verkeer en recreatie, waar de Bijlmer weer een product van was. Een stad met woongebouwen in het groen, gericht op zowel individualiteit als collectivisme, en gelijke woningen voor eenieder. Weg met het onderscheid tussen mensen. Dat is natuurlijk niet echt gelukt, maar anderzijds: juist dat uniforme, wijdse karakter van de Bijlmer heeft een open samenleving voort gebracht.

Shebang heeft er geen oog voor. En de vraag is dan: hebben wij kunstenaars dan wel kunstenaars in de rol van sjamanen nodig om ons vooruit te helpen en welk inspirerend perspectief hanteren we dan? Het moet in ieder geval meer zijn dan een doelstelling als het tegenhouden van de klassieke gentrificatie, zoals de organiserende clubs opeens uit de blue als target neerpennen, verwijzend naar de nieuwbouw op Amstel 111. Dat doel spreekt vanzelf. De Bijlmer Vernieuwing heeft al genoeg arme mensen verjaagd. Laat ons vooral gaan werken aan krachtige bewonersorganisaties.

De Bijlmer wordt opnieuw opgepoetst

De Bijlmermeer was bedoeld als de stralende woonstede van de na-oorlogse, zichzelf emanciperende werknemer dan wel kleine zelfstandige, die weloverwogen en met plezier een veel hogere huur dan normaal neertelde. Het werd de verguisde woonplaats van de overzee komende migrant, een getto naar men sprak, dat daarom dus gestraft werd met de sloop van 7000 appartementen: de beste woningen, die zijn nieuwe huisbaas hem ooit geboden had. Het gebeurde vanaf 1992 in het kader van de Bijlmer Vernieuwing, dat de Bijlmer moest verlossen van z’n armoe en verliesgevendheid.

Anno heden zijn we desalniettemin nog altijd het stadsdeel met de meeste ellende, want de harde kern aan armoede, werkloosheid, criminaliteit en laaggeletterdheid heeft zich ondanks sloop, nieuwbouw voor kopers en andere maatregelen prima weten te handhaven. Die kern huist met name in de oude Gliphoeve, nu bekend als Geldershoofd en Gravestein, en de anti-Bijlmers uit de jaren ‘70 en ‘80: Holendrecht west en Venserpolder. In deze twee buurten van Bijlmer zuid (later Gaasperdam) en noord – werden de gehate manco’s van de Bijlmer hoogbouw op voorhand bestreden met middelhoog (4-5 woonlagen), portiekwoningen, en parkeren op straat. En de huren waren er lager. Buiten genoemde kernen zijn er nog wat andere gebieden waar het aardig mis is, zoals de K- en H-buurt in de Bijlmer en Reigersbos in Gaasperdam.

Onze overheid gaat nu, vanaf ‘21, opnieuw een grootse poging wagen het stadsdeel van zijn ellende te verlossen, opdat over 20 jaar geen Zuidooster kind geen minder kansen heeft dan een gewoon, gemiddeld Amsterdams joch (of meid). Dat is althans de grote boodschap, maar als je het Masterplan goed leest, ontdek je dat het welzijn van dat kind ‘slechts’ een verwacht bij-effect is. En we moeten ook maar hopen dat dan minder kinderen in de Bijlmer in armoede opgroeien.

Men wil vooral een stadsdeel dat er niet langer negatief uitspringt, waar je zonder bezwaar kan wonen. En daartoe is dus een alliantie tot stand gebracht, van overheids instanties en organisaties op het gebied van onderwijs, welzijn, sport, wonen en kultuur. Er werd bovendien een programma-directeur aangesteld, waarvan nog niet bekend is of zij een troepen aanvoerder is met macht, geld en personeel of vooral een toezichthouder en verbinder. De klus gaat in ieder geval 20 jaar duren, tot 2040.

De cijfers van het Masterplan:

– 35% van de kinderen groeit op in armoede, 31.000 inwoners van de 90.000 totaal zijn jonger dan 27 jaar, en een groot aantal daarvan, zo’n 8.000, woont in een arm huishouden. 3000 van hen wonen in een eenoudergezin. Veel jongeren gaan ook het huis niet uit. 30% van de thuiswonende ‘jongeren’ is ouder dan 28 jaar.

– 32% van de bewoners is laaggeletterd, wat betekent dat zij veel zaken in het leven slecht of niet kunnen volgen. In Amsterdam noord is dat getal 29%, in west 20% en in zuid 9%

– Op de basisscholen zitten nu 6.765 leerlingen, waarvan er 3.950 worden omschreven als doelgroepleerling ofwel slachtoffer van maatschappelijke omstandigheden, een laaggeletterde ouder etc en daarom extra aandacht nodig heeft.

– Het voortgezet onderwijs kent 3.005 leerlingen, waarvan er 1.700 worden gekwalificeerd als probleemgeval ofwel doelgroepleerling.

– De werkloosheid is 17.1% tegen 13.2 gemiddeld Amsterdam; het aantal minimum huishoudens 23,9 % tegen 16.5 gemiddeld Amsterdam.

Verder voelen we ons in Zuidoost minder veilig, behuizen we de toppers op het gebied van de cokehandel en sporten we minder dan gemiddeld, terwijl het groen naar Amsterdamse begrippen overdadig is. Kortom: we zijn het weeskind van de hoofdstad, maar predikt de Alliantie: “Als we 20 jaar verder zijn en denken aan de bewoners van Zuidoost, dan denken we automatisch aan levenskracht, veerkracht en veelzijdigheid.” Zuidoost is inderdaad altijd bedolven geweest onder superlatieven, negatief of positief. We kunnen ze nu zelfs als voorspellende waarheid poneren. De Alliantie vindt bovendien dat we in 2020 reeds beschikken over een voor ons zo kenmerkende sociale cohesie. Ook dat is natuurlijk een leugen. We hebben vrede, dat is waar, maar gedeelde waarden en samenwerking?

Het Plan van Aanpak bevat nog weinig concrete maatregelen, zoals vier jongerencentra waarvan momenteel de eerste in de K-buurt wordt neergezet. We hebben geen idee welk beleid daar komt, maar in het verleden zijn alle jongerencentra vooral mislukt en geen overleefde.

Een ander reeds bedachte (maar nog niet bevestigde) maatregel is het reserveren van 25% nieuwbouw voor zittende bewoners, want men wil voorkomen dat bijvoorbeeld op Amstel 3 en bij Arena, samen 10.000 nieuwe woningen, een wijk ontstaat, die geen binding met het oude Zuidoost heeft. Die in eigen stadsdeel verhuizende bewoners zijn dus een soort zaad van het oude erfgoed, dat blijkbaar erg nuttig is, maar waarvan de kwaliteiten niet omschreven worden. De zaadbrenger kan dus iemand zijn die net in de Bijlmer woont of de Bijlmer haat. Naar buiten toe kan dit erfgoed-verhaal natuurlijk ook tegen je werken. Nieuwkomers kunnen het idee krijgen dat ze verplicht met ‘verkeerde buren’ uit het Bijlmer-verleden en heden geconfronteerd worden.

De 25% maatregel dient ook om niet studerende jongeren uit Zuidoost meer kansen te geven zelfstandig te gaan wonen, maar of dat zoden aan de dijk gaat zetten? De huur- en koopprijzen zullen dat in samenhang met inkomens voor een belangrijk deel gaan bepalen. Op dit moment maken de sub-modaal verdieners in ieder geval geen kans. En dat doen ze al jaren niet, want door de Bijlmer vernieuwing van 1992 zijn zo’n 8.500 appartementen door sloop en verkoop aan de sociale huur onttrokken, er kwamen slechts 2.500 nieuwbouw-woningen voor terug. Armoede en ellende moesten tenslotte zoveel mogelijk uit Zuidoost verdreven worden. Gelukkig stelt het huidige college met SP en Groen Links weer belang in sociale huur. Zo moet 40% van de nieuwbouw de komende jaren uit sociale huur bestaan, Het lijkt echter gemakkelijker gezegd dan gedaan, want de 2000 appartementen die tot heden door Our Domain in Zuidoost, Amstel 3, zijn (worden) opgeleverd vallen daar allemaal buiten. Tegelijk wordt het idee achter de Bijlmer Vernieuwing van ‘92 voortgezet om de armoede bevolking te verdunnen met meer opgeleid (!) en beter verdienend, zoals ook het doel van de pracht- en krachtwijken was. Zo wil men ten koste van de armen de inkomensgrens voor sociale huur een aantal jaren met 20% opplussen om meer loon scorende burgers naar Zuidoost te halen. Het is echter nog nooit aangetoond dat armen daarmee geholpen zijn, zoals de overheid altijd graag rond bazuint.

Men had ook op voorhand kunnen stellen dat de 60.000 nieuwe bewoners, die men de komende 20 jaar in Zuidoost verwacht het armoede probleem zodanig verdunnen, dat alles onder controle lijkt en er eigenlijk geen masterplan nodig is. Dit alles natuurlijk wel onder voorwaarde dat die nieuwe inwoners niet laaggeletterd zijn, enz.

De armen kunnen zich onderwijl warmen aan pracht omschrijvingen van hun woongebied, die het Masterplan met veel plezier opdist, hoewel zij dat plan zeer waarschijnlijk nooit zullen lezen. Er staat geschreven: “Heel Nederland kan van Zuidoost leren hoe je een inclusieve en diverse samenleving opbouwt” en “Hoe er in Zuidoost wordt samen geleefd en gewerkt is uniek.”

Boom danst niet mee

Op de eerste zondag van oktober, 28 jaar geleden, stortte zich een vliegtuig in de Bijlmer. Het bracht ons doden en een nieuwe toekomst. En Stadsdeel Zuidoost, toen 5 jaar oud, mocht bewijzen wat het kon, hoewel de echte besluiten door de gemeente werden genomen. Ronald Janssen van de PvdA was in die tijd voorzitter van het stadsdeel en een paar dagen na die zondag vroeg hij Henno Eggenkamp met hem over het gebied van de rampspoed te lopen. Hopelijk konden zij met z’n tweeën een tijdelijke herdenkingsplaats bedenken. Dat lukte. Henno kwam met het idee van de boom, die alles zag, met aan de voet houten plankiers voor bloemen, foto’s etc. Het idee werd vervolgens door het stadsdeel uitgevoerd en de ‘boom die alles zag’ werd de ziel van het monument.

Nu, bijna 30 jaar later dreigt de boom een internationaal icoon te worden, want hij is in de race als de Europese Boom van het Jaar. De eerste voorverkiezing heeft ‘onze’ boom al gewonnen, die van Noord-Holland. Ze gaat nu op voor de landelijke verkiezing en dan, wie weet, op naar de Europese top.

Maar dat is natuurlijk allemaal van geen enkel belang. Een boom doet geen dansje als ie wat wint. Dat doet wel de dame die het circus gestart heeft: Helen Burleson Esajas, indertijd, in ‘92, ‘wethouder’ in het stadsdeel-bestuur en later door het stadsdeel aangezocht als voorzitter van de stichting Beheer Het Groeiend Monument. Dat doet ze tot heden, ja dat kan, ook als er geen prestatie tegenover staat. Zelfs de boom, die toch vooral zijn rust wil, begint er genoeg van te krijgen. Hij werd reeds in de stutten gezet.

In Kempering branden de kaarsjes voor nieuw geld

De symbolische / religieuze functie van een kaars is licht geven in de duisternis. Of God bedanken. Of naar boven doorgeven dat je denkt aan jouw dierbare daar hoog in het zwerk. Of de soldaten danken voor hun offer het leven te laten voor ons. Het vlammetje zelf staat weer symbool voor de ziel. Zo zijn er mensen die denken dat iemand sterft als de kaars dooft. Maar ga je 600 kaarsjes in rode houders gevat aansteken om van een garage afscheid te nemen dan imiteer je een veld van eer, waarmee je zij, die voor ons vielen, schoffeert. Een garage is slechts een constructie om auto’s op te bergen. Als je hem sloopt, gaat geen ziel, geen mens verloren. Het uiteindelijk vermalen beton komt terug als wegdek, de grond waarop hij rustte wordt houder van een nieuw leven.

Met het verdwijnen van een garage, in dit geval die van Kempering, gaat natuurlijk ook een andere, mogelijke toekomst verloren, beschreven in plannen die kansen zien in hergebruik van oude materialen en constructies. Die plannen werden echter weggevaagd, omdat de gemeente er niet in wilde geloven. Zij voorzag meer financiële opbrengst door grondexploitatie met nieuwbouw van huizen dan wel bedrijven. De oude ziel van de Bijlmer, zoals de in beton gegoten flatgebouwen en daarbij behorende hoge wegen en garages, was voor haar slechts een spook uit een verleden, toen politici, architecten, ambtenaren en burgers droomden van een nieuw heil brengend concept van samen wonen. En nog erger, het was een ontzettend vervelende kostenpost, een miskleun van jewelste, hoewel vele kinderen, die daarin opgroeiden, de heimwee blijvend voelen.

We leven nog altijd in het tijdperk van de gebiedsontwikkeling, waarbij de opbrengsten een alles overheersende rol spelen. De eeuw van groei: steeds hoger, steeds meer, nooit genoeg. De sloop van garage Kempering werd ook een project van erfgoed, waarbij niet de ziel van het gebouw centraal stond, zijnde een onderdeel van de oude Bijlmer, maar de kansen die het bood om allerlei projecten te organiseren, die voorzagen in het levensonderhoud van betrokkenen. Iets is tenslotte alleen van waarde als je er wat mee kan verdienen, zoals ook de sloper zelf zal beamen.

Het was dus vanavond 20 mei een plechtige her- en gedenking in coronatijd, waardoor slechts enkele tientallen mensen konden deelnemen, de bewoners van de buurt uitgezonderd. Het was strikt voor genodigden, met daarbij wel een ‘wethouder’ en een lid van de bestuurscommissie stadsdeel. Vanuit de nog bestaande pinkstergemeente in het gebouw mochten de 30 uitverkorenen een 30 kaarsen brengen naar het veld van eer en werden begeleid door een bazuinorkest, in Suriname altijd van dienst als er een begrafenis is. Er was ook een eindeloos optredend amateurkoor met geestelijke liederen in een taal en melodie, die alleen Ghanezen machtig zijn. Het was een gedenkwaardige avond. De kaarsjes kunnen uit.

De villa’s van Gaffar

de moskee van Haffmans, 1985

Op 10 april jl. verscheen er in Het Parool een gedenk-artikel over de overleden voorzitter van de Taibahmoskee op Kraaiennest: Muhammad Gaffar. Hij werd geprezen als de bouwheer van het gebedshuis uit 2006, dat bovendien was uitgerust met een winkel, een bibliotheek en een drukkerij. Ik heb ze bij mijn bezoeken aan de moskee nooit gezien. Ik zag op de begane grond wel een keuken en een grote, betegelde, vooral nogal lege ruimte voor allerlei bijeenkomsten.

De moskee van Gaffar was ook niet de eerste. De eerste moskee, op dezelfde plek, werd opgeleverd in 1985 dankzij een rijke sjeik uit Pakistan. Het was een bescheiden, minimalistisch gebouwtje, prachtig in al zijn eenvoud naar een ontwerp van architect Paul Haffmans die eerder in de Bijlmer de sociaal-culturele wijkaccommodatie Ganzenhoef tekende. Dit gebouw onder garage Gliphoeve zou nooit tot leven komen, omdat de gemeente botweg weigerde er veel tijd en poen aan te spenderen. Het kreeg een roemloos einde in de jaren ‘90 toen de Bijlmer met veel sloop op de been werd gehouden. De moskee van Paul werd later vergruisd omdat het gebouw te klein werd. De nieuwe moskee was niet alleen veel groter, maar ook traditioneler, geen Hollands ontwerp in de stijl van het nieuwe bouwen, maar een soort replica van de alom als moskee herkende gebouwen uit de Orient.

Droomzone nr. 11

Gaffar laat nog een erfenis na: de twee grootste villa’s in de Droomzone, een strook bebouwde grond aan de ‘sGravendijkdreef tussen Kantershof en Groenhoven, met in de rug de villa’s van Geerdinkhof, enkele scholen en het seniorencomplex De Garstkamp. Het is een project van toenmalig wethouder Emile Jaensch uit 2010-2011, dat de Bijlmer moest voorzien van luxe woningen, die de kopers naar eigen behoeften mochten bouwen. Het stadsdeel deed niet veel meer dan grond uitgeven en wat minimale eisen stellen, zoals een gemetselde muur rond tuin en huis en een 3de etage die niet groter mocht zijn dan de helft van de beschikbare oppervlakte.

Het werd een moeizaam project, want de verkoop cq bouw ging stroef en de kleinere villa’s zijn tot dit moment nog bezig met de afbouw. De twee naast elkaar gelegen villa’s van Gaffar werden vrij snel neergezet, maar bleven jaren steken bij onaf. Het raakte wel bekend dat de huizen voor twee dochters van Gaffar bestemd waren, maar waarom werd er dan niet doorgebouwd en ingericht en hoe zat met de regel dat in Amsterdam een woning niet langer dan een half jaar leeg mocht staan. Op zeker moment kwamen er echter weer bouwvakkers langs, werd er puin weggereden, stond er wel eens een auto, gingen er spullen naar binnen en werden tenslotte beide villa’s dicht getrokken met flashy gordijnen en luxaflex. Daar bleef het bij. Er ontbreekt tot heden een huisnummer op de linker villa. Je herkent geen echte voordeur, je ziet onkruid groeien tussen de volledig betegelde grond rond het huis en bij de rechtse villa staat een auto onder het afdak. Verder geen spoor van leven.