Categorie archief: Geen categorie

Paviljoen voor Van Eesteren

Het is lang en van hout, buiten zwart geverfd, binnen hout kleur. Bovenop in het midden is er een 2de etage, zo lijkt het, maar eigenlijk is de zaal op die plek alleen verhoogd. Het geheel lijkt op de vierkante weergave van een pont, midden hoog, voor en achter een lager dek. Paviljoen Van Eesteren heet het, geopend op 20 oktober jl, en vernoemd naar de stedebouwkundige, die het Amsterdamse uitbreidingsplan in 1935 tekende, in ’33 voorzitter was van het CIAM-congres, directeur werd van Stadsontwikkeling, Amsterdam Nieuw West vorm gaf en de grote leermeester was van Siegfried Nassuth, ontwerper van de Bijlmer. Een man die meer geloofde in het belang van de woningplattegrond en de buitenruimte dan in architectuur.

Het paviljoen staat aan het Noordeinde van de Sloterplas, een gebied dat onlangs tot beschermd stadsgebied werd verklaard. De expo is een vergroting van een geschrift met illustraties, geplakt op wanden en blokken.

De opening startte met een aantal keurige lezingen, waarbij uitsluitend vrouwelijke architecten en stedebouwkundigen betrokken waren en de familie Van Eesteren op de eerste rij. Het gebeurde in de vrij reusachtige aula van het Mundus college, een vmbo-school, die onlangs verbouwd werd en daar onder andere een monumentale hal aan over hield. Het is een modern gebouw met verspringende blokken en mooie raampartijen.

Buiten bij de ingang klierde een groep Marokkaanse meiden en jongens, leerlingen dus, die zich voorstelden als die ‘vervelende Marokkaantjes’ en met de brutaalste bek bij een dikke jongen. Een meisje met lang krullend haar stelde zich uitdagend, lief glimlachend dicht naast me op, terwijl ik het college fotografeerde. Meisje met hoofddoek verzocht me keurig haar niet te fotograferen.
Een leraar jaagde hen tenslotte gedecideerd weg en de grijze golf die binnen zo aandachtig geluisterd had, bewoog zich langzaam naar het Paviljoen en de tent met luide muziek, speciaal bier, wijn en hapjes, Voor iedereen twee muntjes a 1 euro, maar de oude man met de emmer vol muntjes kon net zo veel keer gepasseerd worden als je behoefte had aan nog wat gratis drank. En daar was ook Harriët Haakma-Wagenaar die eertijds 50 jaar geleden met man Willem heel zorgvuldig het juiste appartement op 10-hoog Kleiburg had uitgezocht, daar waar je het beste naar dalende vliegtuigen kon kijken. Ze wonen nu al jaren in de luxe torenflat aan de Sloterplas en stonden aan de wieg van het Van Eesteren Museum.

1974: Kappen met het idee van 300 jaar slavernij

25 november a.s. start het feestjaar: 50 jaar Bijlmer. Op 25 november 2018 is het officieel dan zover.  25 november is ook de dag dat Suriname onafhankelijk werd en wel in 1975. De avond daarvoor, in ’75 dus, werd de onafhankelijkheid van Suriname wegens het tijdverschil op 24 november ‘avonds gevierd met het hijsen van de vlag. Dat gebeurde op het grasveldje achter het Caraibisch Centrum op het Aanloopcentrum, waarop later Vogeltjeswei verscheen. Helaas weigerde de vlag dienst waarop  schrijver dezes (Henno Eggenkamp) in de mast kroop om de vlag uit de knoop te krijgen. Je ziet op bijgaande foto zijn gezicht in de vlag.

Een jaar eerder werd de onafhankelijkheid van het land besproken op een vergadering van ‘Surinamers in Nederland'(SIN). En daarover werd weer gepraat in een uitzending van Lokale Omroep Bijlmermeer, die indertijd alleen in de oude H uitzond. Bij presentator Jan Krol zitten twee Surinaamse heren:  een zekere meneer Brown en Leo van Sprang, mede oprichter van SIN en het Caraibisch Centrum. Brown legt uit tegen de onafhankelijkheid op dat moment te zijn, want het land is er nog niet rijp voor en dat zal nog wel 10 jaar duren. Hij spreekt ook onbekommerd over twee machtsblokken: de Hindoestanen en wij negers. Leo legt uit dat de overgrote meerderheid van de vergadering voor onafhankelijkheid is en wel zo snel mogelijk. Hij legt ook uit dat de vergadering besloten had, dat “we moeten kappen met het idee van 300 jaar slavernij. Natuurlijk is dat allemaal waar, maar we moeten nu samen met de Nederlanders aan de slag.” Op naar een goede toekomst dus.  De videotape zal voor 25 november bij het Bijlmer Museum te zien zijn. Ze bevat ook een optreden van Anne Marie Hunsel.

Lieve Hugo

Bijlmer’s beroemdste zanger was ongetwijfeld Lieve Hugo, hoewel hij slechts enkele jaren in de Bijlmer leefde. Hij stierf 10 dagen voor de onafhankelijkheidsdag van Suriname op 25 november 1975.  In een groots afscheid vertrok zijn kist naar Paramaribo, waar hem een nog grootsere begrafenis wachtte. Over Lieve Hugo werd reeds een aantal jaren geleden een docu gemaakt en nu is er ook een muzikaal eerbetoon. Op deze site een interview daarover en een verhaal over de zanger.

Zijn band de Happy Boys leefde nog jaren voort, met als bassist Dennis Gilles, die tot zijn dood een aantal jaren terug in de Bijlmer woonde. Dennis was ook vrijwilliger in Café de Nachtegaal.

Niet Yustus Maatrijk maar Joop den Uyl maakte van de Bijlmer een zwarte stad

Daan Dekker (auteur De Betonnen Droom) maakte op verzoek van de VPRO een radiodocu over de roenmruchte geschiedenis van Gliphoeve in de jaren ’70. De docu wordt op 10 september door de VPRO uitgezonden. Gisteravond bij de Bijlmer Bios werd een promofllmpje voor de docu gedraaid en sprak Guilly Koster mooie woorden over Justus Maatrijk. Deze Justus, later Yoesoef geheten, leidde in 1974 de kraakacties van de Gliphoeve-appartementen. En daarom werd Justus de grote held van Koster, want dankzij Justus werd de Bijlmer zwart. Maar ach, die helden status moet eerder aan Joop den Uyl toevallen: als wethouder te Amsterdam verantwoordelijk voor de bouw van de Bijlmer en als minister-president de grote man die de onafhankelijkheid van Suriname in ’75 mogelijk maakte, maar ook de man die de Surinamers zoveel mogelijk wilde ontmoedigen om naar Nederland te ‘vluchten’, wat ze echter massaal deden uit vrees voor raciale rellen en armoe in het nieuwe moederland. Hen wachtte in Nederland geen warm welkom.

De Bijlmer van Joop werd een Stad van de Toekomst die niet zijn gedroomde bevolking trok, maar al snel kampte met leegstand. Het was een uitkomst voor Surinamers, die al vanaf eind ’60 naar Amsterdam trokken en er buiten de Bijlmer nauwelijks een woning konden vinden. Begin ’70 was al 20-30% van de Bijlmer bevolking van Surinaamse (en Antilliaanse) afkomst, wat weer tot meer leegstand leidde, want lang niet alle Nederlandse buren waren gecharmeerd van landgenoten met een kleur, die bovendien on-hollands gedrag vertoonden. Mede daarom kwam er al snel een gemeentelijke regel die voorschreef dat niet meer dan 20-30% van de bewoners in een flatgebouw van Surinaamse huize mocht zijn. Het rijk – kabinet Den Uyl – ondersteunde dit beleid, want men vreesde dus een vloedgolf aan overzeese migranten. Er was echter een wbv die zich niets van de regel aantrok: Ons Belang, eigenaar van Gliphoeve 1(nu Geldershoofd), die zo arm was dat ze geen huurder kon weigeren. Ze liet dus veel meer Suri’s toe dan mocht en de gemeente greep in. Die had toen liever leegstand. En vervolgens begon dus het kraken van lege woningen, mede omdat veel Suri’s noodgedwongen verbleven in krakkemikkige, kleine en armoedige pensions.

Uiteindelijk stond de gemeente in ’75-’76 de ‘verzwarting’ van Gliphoebe 1 en 2 toe, want het had geen zin in een voortgaande strijd met Maatrijk en zijn baas, de stichting Interim Beheer, ze wilde Ons Belang niet failliet laten gaan, en vooral: ze wilde zowel van de Bijlmer leegstand af als van de pensions, die respectievelijk de woningcorporaties en de gemeente klauwen met geld kostten. In 1982 werd de flat geheel ontruimd, want inmiddels wilden ook Surinamers er niet meer wonen en was het gebouw totaal verloederd. Na de grote opknapbeurt mochten er alleen die bewoners terug komen die een geldig huurcontract hadden. Veel grote appartementen bleken toen ook gesplitst in 2 kleine appartementen, waar vooral alleenstaande jongeren in trokken, waaronder veel ‘blanken’.

 

 

Op foto: verkiezingsstrijd voor een 2de kabinet Den Uyl, eind ’70 of jaren ’80. Joop den Uyl bezocht toen samen met zijn vrouw de Gliphoeve flat. Rechts op foto Chas Warning, links Roy Mungra (zonnebril).
Foto boven: Lijst 14 met Justus Maatrijk rechts

Bijlmer 50 jaar: over sloop wordt niet gerept

Een zorgvuldig uitgezocht gezin, de familie Copray, werd 25 november 1968 door wethouder Elsenburg (KVP) in de bloemen gezet en de sleutel tot hun nieuwe prachthuis overhandigd. Zie daar, riep men de journalisten toe: de eerste bewoners van de Bijlmermeer, in die tijd vooral aangeduid als Stad van de Toekomst. Volgend jaar bestaat de Bijlmer dus 50 jaar, zoals ze al eerder 50 jaar werd bij het besluit tot aanleg in 1962 en het slaan van de zogenaamde eerste paal door burgemeester Van Hall. En ook dit jaar is het feest, want herfst dit jaar was het 50 jaar geleden dat in de H-buurt het eerste dak erop ging. Als je wilt en er baat bij hebt, is er altijd reden tot festiviteiten.

Feestjes waren er ook toen begin ’90 het besluit viel om minstens 3000 hoogbouw appartementen te slopen, want Amsterdam had het helemaal gehad met die Bijlmer. En inmiddels zijn er meer dan 7000 appartementen gesloopt en is de Bijlmer even gewoon als Amsterdam west of Almere. De Bijlmer is geen getto meer en niet langer een grote verliespost voor de gemeente, waarmee indertijd de sloop gerechtvaardigd werd. ‘Arm en zwart’ moest de Bijlmer uit, zo zeiden toen wethouder Louis Genet en Nieuw Amsterdam-directeur René Grotendorst.

De Bijlmer is nog altijd het armste stadsdeel van Amsterdam, maar niet getreurd, er is ook een klusflat die een aansprekende prijs won en gejubel over onlangs verschenen boeken, waarin de Bijlmer een hoofdrol speelt. De Bijlmer mag er weer zijn en dus schrijft het altijd optimistische Amsterdam de volgende tekst op zijn website: Op 25 november 2018 is het precies 50 jaar geleden dat de eerste bewoners in de Bijlmer de sleutel van hun nieuwe huis kregen. Vanaf dat moment heeft de Bijlmer zich ontwikkeld tot een levendige, diverse, veelzijdige buurt die vele bewoners, bouwkundigen, bestuurders, kunstenaars en anderen geïnspireerd heeft en dat nog steeds doet.

We zijn vooral benieuwd naar de inspiratie die de Bijlmer aan bestuurders gegeven heeft. Maar we mogen ze niet afvallen. Ze gaan ons een feestje geven en daar is voor velen leuk aan te verdienen.

 

De originele Bijlmer, zoek de verschillen met het heden

Het Bijlmer Museum heeft nu ook 4 muren

Op 30 april 2017 openen wij een echte museum locatie in de collectieve ruimten van Grubbehoeve. De eerste expositie behelst de eerste 20-25 jaar van wat eens de Stad van de Toekomst heette. Vooral middels foto’s laten wij de groene betonstad van toen zien: de verhoogde wegen, de garages, de winkelcentra en de woonblokken in een park. Een aangezicht dat momenteel grotendeels gesloopt is. De toeschouwer maakt ook kennis met de mensen, die de Bijlmer toen bevolkten en er vooral hun eigen dingen deden, met vrolijke festivals, eigen activiteiten in eigen ruimten en bijvoorbeeld illegale huiskamer-kroegen. Het gros van de foto’s werd geleverd door Gerrit Hols die jarenlang voor de Nieuwe Bijlmer werkte, het wekelijkse huis-aan-huis blad.

Er zijn verder video’s, met onder andere uitzendingen van de Lokale Omroep Bijlmermeer (1975-1978) en archiefdozen vol bewonerskrantjes, actiepamfletten, kaarten en nota’s.

De opening begint 30 april om 17.00 uur, waarbij diverse personen hun persoonlijke verhalen uit en over de Bijlmer zullen vertellen. Onder hen ook Daan Dekker, schrijver van de onlangs gepubliceerde biografie over Siegfried Nassuth, ontwerper van de Bijlmer. Vanaf 19.00 uur is er een gezamenlijke maaltijd zoals die in de jaren ’70 geserveerd werd in de opkomende bistro.
Voor de maaltijd dient men te reserveren. Kosten 15 euro p.p. De ‘winst’ gaat naar het BijlmerMuseum. Aanmelden via: bijlmerm@xs4all.nl

Het museum zal na 30 april op afspraak te bezoeken zijn, via de email of 06 41612131. Natuurlijk kan een bezoek ook gekoppeld worden aan een rondleiding. Entree museum 5 euro; rondleiding: 125 euro voor 10-20 personen.
Het adres: Grubbehoeve 38-39

Op foto: kinderen van de Roze Panter bouwen een Indianendorp onder de metrobaan Ganzenhoef-Kraaiennest.

Bijlmer Museum van steen

den-uyl-met-chas-warningWe zijn er al een aantal jaren mee bezig, maar het is zover. We gaan een ‘echt’ Bijlmer Museum inrichten in een van de collectieve ruimten van Grubbehoeve. De eerste expo hopen we dit voorjaar te openen. Het wordt vooral een foto-tentoonstelling over de eerste 20 jaar van de Bijlmer. We beschikken daarvoor over o.a. het volledige archief van Gerrit Hols, vanaf eind jaren ’70 de vaste fotograaf van het voormalige weekblad De Nieuwe Bijlmer. We laten ook ruimte aan persoonlijke foto’s van iedereen die in die jaren iets heeft vast gelegd. Als je mee wil doen, kan je contact met ons opnemen via: bijlmerm@xs4all.nl

Op foto: Joop den Uyl en zijn vrouw bezoeken Ganzenhoef/Gliphoeve en spreken o.a. met Roy Mungra (links) en Chas Warning (rechts).

De betonnen droom

ontwerp-maaiveldGisteren, 13 december 2016, was het dus 50 jaar geleden dat burgemeester Van Hall de officieel de eerste betonpaal voor de Stad van de Toekomst door de uit het Muiderzand gehaalde zandlaag hamerde. Nu, op een andere plek, was zijn opvolger Eberhard van der Laan opgetogen, vrolijk en enthousiast de uitreiker van het eerste boekexemplaar van ‘De betonnen droom’, een uiterst leesbare biografie over de man die de Bijlmer bedacht: Siegfried Nassuth, een ernstig en ascetisch man, die vastbesloten droomde van een stad die zijn bewoners vrij, gelukkig en ontwikkeld zou maken.

De Bijlmer werd echter geen stad die zijn bewoners zelf ter hand mochten nemen. De Bijlmer werd een hete aardappel in de mond van politici en de woningbouwcorporaties die de stad beheerden. Met behulp van de sloopkogel transformeerden ze de stad van vrijheid en mogelijk nieuw geluk naar een wat suffige woonplek van gewone, alledaagse dingen, een zeker geen beroerd woonadres met een besmeurd verleden. En de vraag blijft: waarom hadden de ‘bazen’ niet de moed te blijven staan achter een droom die ze ooit deelden en waarom mag een stad zich niet ontwikkelen zoals het haar uitkomt. Waarom moet alles zo gewoon en waarom is een perspectiefrijke droom het niet waard om nagejaagd te worden, desnoods tegen de klippen op.

Gewoon omdat het niet kan en mag. Zo vertelde ons gisteren Ab Vos  – ook aanwezig bij de boekpresentatie en voormalig directeur van Volkshuisvesting (VH) Amsterdam – dat hij en collega’s ooit hadden voorgesteld de Bijlmer simpelweg zijn gang te laten gaan. Ze werden bij wijze van spreken de vergaderkamer uit gemept. Gelukkig is Ab ook een goed ambtenaar geweest. Als architect bij VH ontwierp hij Holendrecht, het begin van Bijlmer Zuid cq Gaasperdam ofwel ouderwets middelhoog en laag waarmee begin ’70 Nassuth’s hoogbouwplannen voor Bijlmer Zuid met een doffe klap in de prullenbak verdwenen. Ab was ook de latere directeur VH die bij de in 1992 startende vernieuwing van de Bijlmer zichzelf als actief mede-bepaler inschakelde. Eerder de man van zorgvuldige transformatie dan van brute sloop.

Holendrecht: de achterbuurt van de Bijlmer

metrostation-holendrecht4In 1968 werden de eerste flatgebouwen van de Bijlmer, Amsterdams Stad van de Toekomst, opgeleverd: de rechte H-flats, later opgevolgd door de fameuze, geknikte flats in Bijlmer Noord. In Bijlmer Zuid, voorbij de Gaasperdammerweg, zou volgens plan ongeveer hetzelfde bouwprogramma worden gevolgd, met echter meer zes etage hoge flatgebouwen, de oude droom van Nassuth, die in de Noord Bijlmer achterwege werden gelaten omdat de bouwkosten de pan uitrezen en de woningnood torenhoog was.  Er kwamen vooral 11 etage hoge flats, zodat er meer te verdienen en te herbergen was op eenzelfde stukje grond. In Zuid zou echter maar een hoogbouw-complex gerealiseerd worden: Nellestein, onderverdeeld in Leksmondhof, Leerdamhof, Liendenhof en Leusdenhof aan de Gaasperplas en allemaal premiehuur. De rest werd vierhoog of laagbouw: sociale huur, premiehuur en koop. De Bijlmer hoogbouw werd afgeschaft vanwege de hoge kosten – veroorzaakt door de appartementen zelf, maar ook de garages, de binnenstraat etc – en het in diskrediet raken van  hoogbouw: te uniform, te ongewild en te gehaat, vooral door de woningbouwverenigingen die de sociale huur woningen moesten gaan beheren. Bovendien had men vooral in het begin zo goedkoop mogelijke woningen nodig om de zogenaamde stadsvernieuwingsurgenten uit de oude, Amsterdamse arbeiderswijken op te vangen, die tenslotte gesloopt dan wel gerenoveerd zouden worden.

De eerste wijk die begin /midden ’70 verrees, was Holendrecht: middenhoog, vier etages, rond een rechthoek van groen met ontsluitingsweg, te bereiken via een groot parkeerveld. Dit was het eerste deel, later kwamen er buurtjes als Nieuwersluishof bij, waar de huizen op de begane grond een voortuin kregen en het groen in het binnen gebied verdween. Wel veel groen aan de woonkamerkant. De rechthoekige vorm met een open kant maakte plaats plaats voor een wat meanderend lint. Arbeiderswoningen waren het, voor de ‘echte’ Amsterdammers, ontworpen door architecten van Volkshuisvesting zoals Ab Vos, de latere directeur van de deze dienst, die bij de Bijlmer Vernieuwing een grote rol zou spelen.

nieuwersluishof-puin2 nieuwersluishof

nieuwlandhof-kerknieuwlandhof-kerk2In de loop der tijd liep Holendrecht (inmiddels onderdeel van een gebied dat niet meer de Zuid Bijlmer heette maar Gaasperdam om elke associatie met de Bijlmer zoveel mogelijk teniet te doen) vol met bewoners, die uit thuislanden in den vreemde naar Amsterdam trokken en door gelijksoortige migranten, die uit de Bijlmer verdreven werden door te hoge huren en natuurlijk de sloop van de hoogbouw. Holendrecht kreeg het imago van a-sociaal en verpaupering, een buurt die daarin kon wedijveren met de verguisde Bijlmer. Inmiddels is Holendrecht aan het renovatie-infuus, zoals nu te zien is in bijv. Nieuwersluishof en het daarnaast gelegen Nieuwlandhof, beiden op korte afstand gelegen aan de noord ingang van het gelijknamige metro- en trein station en ooit ook de in- en uitstap van/naar een reusachtig kantorencomplex, dat al jaren leeg staat, en onderdeel van de kantorenwijk Bullewijk tegenover het AMC. De twee hoven ademen vooral verpaupering en verloedering. Grote hopen afval liggen midden tussen de woningen. Voortuintjes zijn slechts betegeld en bergen soms een wilde boom. De gevels zijn vuil, de parkeerplaats is overvol, benauwd en uitermate rommelig vorm gegeven, met door wortelgroei omhoog geduwde straatstenen. Op de grens van de twee hoven bevindt zich ook een volstrekt onduidelijk gebouw (foto 4 en 5), dat op geen enkele manier aangeeft waarom het daar ooit is neergezet. Op dit moment is het in ieder geval in handen van een evangelisatiekerk, waar aan de metrokant een krakend zigzagpad met railing omheen loopt, dat toegang geeft tot een zeer kleinschalige ingang en verder doorloopt naar het metrostation.

Gelukkig is er ook goed nieuws. De metro-ingang in dit gebied is inmiddels geheel opgeknapt, lekker fris en open, en de muren van brut beton zijn ontdaan van al hun verflagen (zie foto 1). Jammer is wel dat de ruimte net buiten het station er gewoon nog groezelig, uitgewoond en outdated uitziet, inclusief het kunstwerk van Shlomo Koren (het gekrulde staal), dat indertijd de bewoners moest helpen de metrolijn als iets goeds en moois te zien (de belangrijkste reden voor al die kunstwerken in en bij de stations van lijn 53 en 54). De metro ingang bij het AMC wordt momenteel onderhanden genomen (laatste foto). En verder buiten kondigt zich een andere herschepping aan. Er is al een oud kantoor paarsblauw geverfd en omgeturnd tot studentenhuisvesting; het verloederde, immense kantorencomplex gaat tegen de vlakte; en er komt van alles nieuw, inclusief horeca, sport en meer design.

metrostation-holendrecht5metrostation-holendrecht1